Geplaatst op

Soortenrijk bos op voormalige landbouwgrond


Kennisnetwerk OBN

18-okt-2022Met de bossenstrategie heeft het Rijk besloten dat er de komende jaren 37.000 hectare nieuw bos bij moet komen. Veel van dit bos zal op voormalige landbouwgrond worden aangeplant. Hoe zorgen we ervoor dat dit bos niet alleen CO2 opslaat, maar ook een grote soortenrijkdom met zich meebrengt? Kennisnetwerk OBN stelde een leidraad op.

De OBN-onderzoekers doken in de literatuur en deden aanvullend onderzoek op 64 locaties verspreid over het land. De focus lag daarbij op de hogere, droge tot matig vochtige zandgronden. Er blijken belangrijke verschillen te zijn tussen de bossen op voormalige landbouwgrond en oudere bossen. De landbouwgrond is natuurlijk jarenlang bemest, waardoor er veel fosfor in de grond zit. De bossen op deze gronden hebben daardoor vaak een soortenarme ondergoei, met voornamelijk braam en brandnetel. Naast mest, hebben de boeren doorgaans ook kalk uitgestrooid. Dit heeft een gunstig effect op de zuurgraad van de bodem die nog lang doorwerkt in de bossituatie. Een ander kenmerk van landbouwgrond is dat deze meestal is geëgaliseerd. Hierdoor ontbreekt het aan microreliëf, waardoor er minder variatie in groeiplaatsen ontstaat. Tot slot constateerden de onderzoekers dat het bodemleven zeer sterk verschilt van dat van oude bossen en ook maar erg langzaam verandert na bosaanplant. Deze omstandigheden hebben allemaal invloed op de biodiversiteit van het bos.

Vier tips voor een soortenrijk bos

Ondanks de grote verschillen in de chemie en het bodemleven werden in verschillende bossen op voormalige landbouwgronden waardevolle bossoorten gevonden, zoals mannetjesvaren, groot heksenkruid, gewone salomonszegel en zelfs stijve naaldvaren. De omstandigheden waarin deze hogere natuurwaarden werden gevonden, werden geanalyseerd, waardoor een leidraad voor het ontwikkelen van biodiverser bos op landbouwgrond kon worden opgesteld. Om te zorgen voor een bos met de hoogste natuurwaarden, kunnen beheerders rekening houden met de volgende zaken:

Stijve naaldvaren en mannetjesvaren in bos op landbouwgrond

Stijve naaldvaren en mannetjesvaren in bos op landbouwgrond (Source: Emiel Brouwer)

Optimalisatie van de uitgangssituatie: Voordat de bomen worden aangeplant, kan er al veel gebeuren om te zorgen voor goede omstandigheden voor een soortenrijk bos. De waterhuishouding en de voedingstoestand van de bodem kunnen worden aangepast en er kan microreliëf worden aanbracht. Als de bodem zeer fosfor- en stikstofrijk is, adviseren de onderzoekers om de hoeveelheid fosfor en stikstof te verlagen door bijvoorbeeld eerst een periode akkerbouwgewassen te telen zonder mest toe te voegen, of door de bodem diep te ploegen. Er kan zelfs voor gekozen worden om een deel van de bouwvoor te verwijderen. Dat laatste heeft als voordeel dat men tevens microreliëf kan terugbrengen, wat gunstig is voor de biodiversiteit.

Boomsoorten: Voormalige landbouwgrond heeft als voordeel dat er relatief veel kalk in de grond zit. Om te voorkomen dat de grond na bosaanplant snel verzuurt, is het raadzaam om rijkstrooiselsoorten te planten. Denk daarbij aan soorten als esdoorn, iep, es, kers, haagbeuk, linde, Spaanse aak, lijsterbes, hazelaar, meidoorn, vlier en kardinaalsmuts. Deze bomen en struiken hebben bladeren die snel afgebroken worden, waardoor belangrijke voedingsstoffen zoals calcium snel weer in de bodem worden opgenomen. Hier profiteert het hele bosecosysteem van.

Variatie in beplantingsdichtheid: Hoe meer variatie hoe beter. Dat geldt ook voor de beplantingsdichtheid. Plant dus niet het hele bos met een vaste plantafstand, maar varieer met dichte beplanting, ijle beplanting en geen beplanting, zodat er ook ruimte ontstaat voor struweel, zoomvegetaties en open plekken.

Herintroduceer oud-bosplanten: typische bosplanten, zoals salomonszegel en bosanemoon, verspreiden zich van nature maar zeer langzaam. De kans dat ze zich spontaan vestigen in een nieuw bos op voormalige landbouwgrond is daarom klein. Dit geldt ook voor klimmers zoals wilde kamperfoelie en hop. Beheerders kunnen de biodiversiteit een handje helpen door deze soorten aan te planten. Het beste moment hiervoor is het moment dat het kronendak zich begint te sluiten. Er ontstaat dan meer open bodem, de beste omstandigheden voor oud-bossoorten om zich te vestigen en uit te breiden.

Meer informatie

Tekst: Kennisnetwerk OBN, Sofia Opfer
Foto’s: Hans Dekker, Saxifraga (leadfoto: bosanemoon); Emiel Brouwer