Geplaatst op

Baaknol, een bos waar de tijd lijkt stil te staan


Nederlandse Mycologische Vereniging

27-okt-2022De stikstofproblemen ten spijt, zijn er gelukkig toch een paar, vaak kleine gebiedjes, waar de meer stikstofgevoelige soorten nog steeds kunnen worden gevonden. Zo’n gebiedje is de Baaknol, een duingebied in het noordwesten van de Staatsbossen van Schoorl. Gezien de vele zeldzame paddenstoelen, lijkt het of de tijd hier heeft stilgestaan. Er bestaan echter kapplannen voor dit bos.

Dit jaar waren er in de Baaknol vele schraalhanzen te vinden, paddenstoelen die houden van een schrale, voedselarme omgeving. Soorten zoals de Witbruine ridderzwam (Cortinarius albobrunneum, Rode Lijst: kwestbaar), Gele ridderzwam (Cortinarius equestre, Rode Lijst: bedreigd) en Koperrode spijkerzwam (Chroogomphus rutilus, Rode Lijst: bedreigd) waren er in een opvallend aantal te vinden. Het aantal Vliegenzwammen dat we er zagen ging alle proporties te buiten. Er werd gezegd dat er misschien wel honderd exemplaren stonden, maar niemand nam zelfs de moeite om ze te tellen. Het hele hellingbos stond vol. De Witbruine ridderzwam kenden we al decennia lang van deze locatie, maar het aantal wat er nu stond brak bij de meeste excursiedeelnemers alle records. Opvallend waren de compacte clusters van deze soort.

De gevoelige Gele ridderzwam

De gevoelige Gele ridderzwam (Source: Martijn Oud)

Jong dennenbos

De Baaknol is bij insiders een bekend gebiedje. Elk jaar houdt Paddenstoelenwerkgroep ‘De Noordkop’ hier een excursie. Daarom weten we dat er veel paddenstoelen voorkomen die niet of nauwelijks stikstof kunnen verdragen. Behalve de drie eerstgenoemde soorten komen er nog veel meer bijzonderheden voor. Zoals de Appelgeurrussula (Russula torulosa, Rode Lijst: Ernstig bedreigd) en de Pagemantel (Cortinarius semisanguineus, Rode Lijst: Kwetsbaar).
In de buurt van deze blijkbaar nog stikstofarme locatie bevindt zich een zandige vallei. Met warm weer zie je hier vooral veel gezinnen die zich vermaken met het zand. Deze zandige vallei is omringd met Dennen waarvan de wortels voor een deel zijn kaal gestoven van duinzand door zogenaamde toeristenerosie. Hier lagen de uiterst zeldzame Geelroze vezeltruffels (Rhizopogon luteorubescens, Rode Lijst: Kwetsbaar) gewoon voor het oprapen.  Als gerooide piepers lagen ze tussen de kale dennenwortels.
De Baaknol is een gebied met veel Zwarte dennen, met ondersoorten als de Oostenrijkse den en de Corsicaanse den. De Zeeden komt hier eveneens algemeen voor. De dennenpercelen zijn vaak omzoomd met loofbos bestaande uit vooral berken, Zomereiken en een enkele solitaire populier en Beuk. Er staat vrij veel Amerikaanse vogelkers, een bekende exoot bij bosbeheerders. De Zwarte dennen zaaien zich op verschillende locaties uit, en juist daar zijn de meeste paddenstoelen te vinden. Er staat een jong dennenbos op de oostflank van een duinrug, te herkennen aan de vele grondkorstmossen (Cladonia’s). Hier komen nog massa’s paddenstoelen voor die met de dennenbomen in symbiose leven.

Witbruine ridderzwam leeft in symbiose met dennen die misschien gekapt moeten worden

Witbruine ridderzwam leeft in symbiose met dennen die misschien gekapt moeten worden (Source: Martijn Oud)

Nog meer schraalhanzen

De excursiedeelnemers denken dat er maar weinig plaatsen te vinden zijn in Nederland, waar zoveel schraalhanzen onder de paddenstoelen te vinden zijn, als in dit jonge dennenbos aan de Oude Baaknolweg. Dit jaar vielen vooral de Witbruine ridderzwam, de Gele ridderzwam en de Koperrode spijkerzwam op vanwege het grote aantal exemplaren. Maar ook in andere jaren komen er soorten voor, die je elders niet of nauwelijks ziet.
Staatsbosbeheer heeft nu opnieuw plannen om bomen te kappen in het gebied. Voor paddenstoelenliefhebbers is het onbegrijpelijk, omdat het gebied dienstdoet als refugium – een overlevingsgebied – voor zeldzame, stikstofmijdende paddenstoelen. Die moeten het juist hebben van de naaldbomen waarmee ze in symbiose leven.

De zeldzame Geelroze vezeltruffel

De zeldzame Geelroze vezeltruffel (Source: Piet Brouwer)

Tekst: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto’s: Martijn Oud (leadfoto: Witbruine ridderzwam), Piet Brouwer