Geplaatst op

Natuur op de stoep: gewoon dikkopmos


Hortus botanicus Leiden

06-nov-2022Dikkopmos; wat een fijne naam en wat een fijne plantjes. Nu er weer regelmatig regenbuien vallen, staan de toefjes dikkopmos er stralend groen van te genieten. Hortusvrijwilliger Ronald Flipphi, die in de systeemtuin van de Leidse Hortus het mossenbed beheert, ging op zoek naar dikkopmos in de stad. En vond het volop.

Niet alleen in het systeemtuinbed, overal in de Hortus botanicus in Leiden groeit gewoon dikkopmos. Op bomen, onder bomen, op natuursteen, op baksteen, tussen de klinkertjes op de paden, tussen het gras en in de borders. Net als bijna overal elders in de stad en daarbuiten. De afgelopen zomer was het behoorlijk droog en viel het dikkopmos niet op. Maar de natte, warme herfst heeft er voor gezorgd dat het hard is gaan groeien. Zodat het nu wel opvalt, en het ziet er ook nog fris en gezond uit.

Dikkopmos

Dikkopmos (Source: Flora Batava)

Geen levermos

In het natuurbericht van 9 oktober 2022 over natuur op de stoep ging het over een heel veel voorkomend levermos: het parapluutjesmos. Veel levermossen hebben geen stengeltjes en blaadjes, maar bestaan uit leerachtige reepjes – het thallus – zoals het parapluutjesmos. Dat is een thalleus levermos. Maar vaak hebben levermossen wel stengeltjes en blaadjes. Zulke bebladerde levermossen liggen plat op de ondergrond en zijn daar behalve aan de top goed aan vastgehecht. De blaadjes staan in twee rijen aan de zijkanten van de stengeltjes en hebben geen nerf. 

Punt van het bladje, waar de getande rand en de toegespitste top goed te zien zijn

Punt van het bladje, waar de getande rand en de toegespitste top goed te zien zijn (Source: Hermann Schachner)

Typische stengelblaadjes van gewoon dikkopmos, driehoekig eivormig van vorm met een nerf die ongeveer tot twee derde van de punt reikt

Typische stengelblaadjes van gewoon dikkopmos, driehoekig eivormig van vorm met een nerf die ongeveer tot twee derde van de punt reikt (Source: Hermann Schachner)

 
Wel een bladmos

Het gewoon dikkopmos (Brachythecium rutabulum) is echter een bladmos, met stengels en generfde blaadjes. De plant vormt glanzende geelgroene matten die nauwelijks vast zitten. Ze hebben wat onregelmatig vertakkende stengels, die het lichtst van kleur zijn op de groeipunten. De blaadjes staan aan alle kanten van de stengels, zijn hol van boven en bol van onderen. Ze zijn tot 2,5 millimeter lang, smal driehoekig tot eirond van vorm, met een spitse top. De nerf in midden van het blaadje loopt niet helemaal door tot de punt, maar houdt ergens voorbij de helft op. Met een loep kan je ook zien dat de rand van het blaadje uit kleine tandjes bestaat.

Source: Ronald Flipphi

Source: Ronald Flipphi

Dikkopmos (Bron: Ronald Flipphi)

Sporenkapsels

In deze tijd van het jaar groeien er dunne onbebladerde steeltjes uit de zijkant van stengels recht omhoog. Aan het eind daarvan staan eironde, gekromde sporenkapsels. De stengels en kapsels zijn bedekt met minieme bobbeltjes. In het begin zijn ze nog groen, maar ze kleuren later langzaam naar een mooi glimmend roodbruin. Op de bovenkant van het sporenkapsel zit een kegelvormig dopje dat niet uitloopt in een snaveltje. Als dat er af valt, wanneer de sporen rijp zijn, kan je de tanden zien. Bij nat weer beschermen ze de inhoud, maar bij droog weer krommen ze naar buiten zodat de sporen weg kunnen waaien.

Doorsnede van een stengel die laat zien dat er geen vaatbundels aanwezig zijn, een belangrijk onderscheidend kenmerk van mossen ten opzichte van varens en bloeiende planten

Doorsnede van een stengel die laat zien dat er geen vaatbundels aanwezig zijn, een belangrijk onderscheidend kenmerk van mossen ten opzichte van varens en bloeiende planten (Source: Hermann Schachner)

De top van een sporenkapsel zonder huikje, waar de tanden duidelijk zichtbaar zijn

De top van een sporenkapsel zonder huikje, waar de tanden duidelijk zichtbaar zijn (Source: Hermann Schachner)

Bloedstelping

In zijn magnum opus, Historia Plantarum Universalis, dat postuum werd gepubliceerd in 1651, schreef de Zwitserse botanicus Jean Bauhin (1541–1613) dat genezers dit mos gebruikten voor het stoppen van het bloed. Dat zouden ze geleerd hebben van beren. De tekst is als volgt: “Empirici hoc musco uti Joh. Bauhinus loquitur ad sistendum sanguinem utuntur, ab Ursis admoniti: hi enim quamprimum vulnerati sunt, eo sanguinem sistunt.” Recent onderzoek heeft laten zien dat één gram droog dikkopmos zestien gram vocht op kan nemen. Bovendien lijkt een extract van dikkopmos de groei van verschillende bacteriën en schimmels te onderdrukken. In het Himalayagebergte wordt de as van dikkopmos en andere mossen vermengd met vet en honing en op wonden gesmeerd.

Gewoon dikkopmos is niet kieskeurig wat betreft groeiplaats.

Gewoon dikkopmos is niet kieskeurig wat betreft groeiplaats. (Source: Stu’s images)

 

Leuk om te weten, maar laat het mos maar staan, we hebben een drogist op zo ongeveer elke hoek. Meld uw waarneming van gewoon dikkopmos voor het stoepplantjesonderzoek of houd het HiddenBiodiversity-project in de gaten. Een belangrijk onderzoeksonderdeel binnen het project is namelijk citizen science. Hierbij worden stadsbewoners gevraagd om met de ObsIdentify-app data te verzamelen over verborgen stadsnatuur. Wanneer mensen met behulp van een smartphone foto’s van insecten, korstmossen, schimmels, straatplanten en andere stadsnatuur maken en uploaden naar de app, identificeert de app het organisme. Op die manier leren mensen de stadsnatuur beter kennen en wordt er tegelijkertijd een database aangevuld met de stadsnatuur van Nederland. Probeer de app alvast een beetje uit, er gaat een wereld voor u open.

Tekst: Ronald Flipphi, Hortus botanicus Leiden
Foto’s: Bernd Lang KN; Flora Batava; Hermann Schachner; Ronald Flipphi; Stu’s images