Geplaatst op

“Een voedselbos mag je soms best een eindje op gang helpen”


Wageningen Environmental Research, Wageningen University & Research

16-nov-2022Zoogdieren en vogels spelen een rol in het ecosysteem van een voedselbos. Ze vormen een bedreiging, maar ook een oplossing. Sturen in hun aanwezigheid is dan ook geoorloofd. Dat concluderen masterstudenten van Wageningen University & Research. Opdrachtgever Jeroen Kruit vertelt over de aanleiding voor het studentenproject en hoe de conclusies in te zetten zijn in de praktijk.

Jeroen Kruit van Wageningen Environmental Research is projectleider van het eerste grote wetenschappelijke onderzoek in Nederland naar het belang van voedselbossen als nieuw landbouwsysteem, dat bijdraagt aan het opvangen van de problemen van de klimaatverandering. Dat vierjarige project, waarin verschillende onderzoekspartners met elkaar samenwerken, is nu halverwege. “We kijken naar de opbrengst van voedselbossen voor de boven- en ondergrondse biodiversiteit en de koolstofopslag, in vergelijking met reguliere vormen van landbouw – akkers en weilanden – en met gewoon bos.”

Voor agrariërs rendabel

Een voorwaarde voor het mogelijke succes van voedselbossen is dat het voedselbossysteem voor agrariërs rendabel is. Kruit: “Daarom leveren we ook een zeer toepasbare Rekentool (zip; 0,5 MB) op waarin boeren en banken factoren kunnen invoeren als investeringen, kosten, plukprestaties en opbrengsten per toegepaste plant. Ook andere mogelijke vormen van opbrengst, zoals de bijdrage aan de biodiversiteit en educatie, maken onderdeel uit van de tool.”

Jonge planten beschermen

Van belang voor dat succes is onder meer om de potentiële bedreigingen van een voedselbos in kaart te brengen. “Veel voedselboseigenaren zijn nog in de opbouwfase”, zegt Kruit. “Voor hen vormen plantenetende zoogdieren een potentieel probleem. Afhankelijk van waar het voedselbos in Nederland ligt, kun je in de eerste jaren te maken krijgen met vraatschade aan jonge aanplant door reeën en hazen. Deze schade wil een boer van nature voorkomen.”

En daar wringt de schoen, want voor een voedselbos is het idee dat je het ecosysteem zijn gang laat gaan. “Voedselbossen zouden volgens de Nederlandse aanname zo moeten worden ontworpen dat ze optimaal functioneren als een zichzelf regulerend systeem”, licht Kruit toe. “Uit het onderzoek van de studenten kunnen we nu concluderen dat het toch raadzaam kan zijn in de eerste jaren de jonge aanplant te beschermen. Je wilt wilde zwijnen bijvoorbeeld echt buiten houden, anders houd je geen voedselbos over.” Maar wat zijn dan de concrete stappen? De studenten publiceerden hun resultaten niet alleen in een rapport (pdf; 7,9 MB), maar ook in een zeer aansprekend vormgegeven cartoon (pdf; 2,3 MB). “Een hek om je bos is ontzettend duur. Wat gaas om elk plantje volstaat al.”

Accepteren van lagere opbrengst

Daarnaast adviseren de masterstudenten nog enkele andere fysieke ingrepen te doen om het voedselbos op gang te helpen, zonder daarbij vallen of gif te hoeven gebruiken. Kruit: Een ‘afleidingsmanoeuvre’ voor plantenetende zoogdieren is bijvoorbeeld een bufferzone. “Dat kan een randje bos zijn, maar ook een poel. Het idee is dat het wild dáár zijn voedsel zoekt in plaats van in het voedselbos.”

Want ook later blijven plantenetende zoogdieren nog een factor van belang. Kruit: “Als bijvoorbeeld de walnotenbomen en fruitbomen na vijf jaar net iets beginnen op te leveren, kan het zijn dat eekhoorns uit een nabijgelegen bos, of fruitetende vogels, een deel van de oogst weghalen. Een voedselboseigenaar heeft dan ook een totaal andere manier van denken nodig. Hij of zij gunt de bosbewoners een deel van de opbrengst. Dat blijft in het systeem. De rest, en dat kan soms minder dan de helft zijn, is de oogst voor de boer.”

Gunstig effect roofdieren

Over het algemeen geldt op de langere termijn voor de robuustheid van een zelfregulerend systeem als een voedselbos: hoe complexer, hoe gunstiger. Uit het onderzoeksrapport van de studenten blijkt dat grotere roofdieren juist een positief effect hebben. “Roofvogels, dassen en vossen reguleren de hoeveelheid knaagdieren en fruit- en zadenetende vogels”, aldus Kruit. “Dat draagt bij aan een gezond systeem. Roofvogels kun je zelfs actief een plek bieden door nestkasten op te hangen. Uiteindelijk draait het in een voedselbos om de juiste vorm van micro-management tijdens iedere fase van successie.”

Onderzoekspartners

Het rapport Food for thought (pdf; 7,9 MB) is geschreven als onderdeel van het vierjarig onderzoeksproject Wetenschappelijke Bodemvorming onder de Voedselbosbouw. Daarin werken onderzoekers en studenten samen van Wageningen University & Research (WUR), het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), de hogescholen HAS Den Bosch en Aeres Almere, en Stichting Voedselbosbouw Nederland.

Tekst: Tjitske Visscher voor Wageningen Environmental Research
Foto: Wageningen Environmental Research