Geplaatst op

Natuur op de stoep: kruipertje


Hortus botanicus Leiden

26-nov-2022Vorige week presenteerde masterstudent biologie Nathalie Winkster in de Leidse Hortus haar scriptieonderzoek naar de invloed van de omgeving op stoepplanten. Zij keek naar de 104 soorten uit de Zakgids Stoepplanten. Het kruipertje is daar één van, en eentje die haast niet te missen is. Meld uw waarnemingen; Nathalies scriptie is afgerond maar het stoepplantjesonderzoek gaat volop door!

Het kruipertje is een grasje op de stoep dat de meeste mensen wel zullen kennen. De warmteminnende en meestal eenjarige soort komt volgens Heukels’ flora voor op ‘open, vochtige tot droge, voedselrijke, betreden of omgewerkte grond en tussen plaveisel.’ Als er iets op een plantje op de stoep van toepassing is, dan is dat deze omschrijving wel. Het kruipertje is zeer algemeen, zij het in de noordoostelijke helft van Nederland wat minder dan in de andere helft.

Mouwenkruiper

In de jaren zestig noemden de kinderen – in ieder geval die in de omgeving van Den Haag – dit grasje ‘mouwenkruipertje’. Het was altijd een leuk vermaak om een aartje af te plukken en het met de onderkant naar voren in je mouw te stoppen. En dan af te wachten hoe lang het duurde tot het in je oksel zat. Door de haakjes op de kafjes en de lange stijve kafnaalden kan zo’n aar maar één kant op schuiven; dat was dus omhoog, je mouw in. Het kon ook gebruikt worden voor een pesterijtje: als iemand zo’n aartje in je kraag stopte, moesten hemd en bloes uit om het eruit te krijgen.

Aar, stengel en blad van het kruipertje. Door de haakjes op de kafjes en de lange stijve kafnaalden kan de aar van een kruipertje maar één kant op schuiven

Aar, stengel en blad van het kruipertje. Door de haakjes op de kafjes en de lange stijve kafnaalden kan de aar van een kruipertje maar één kant op schuiven (Source: KU Leuven)

Akelige eigenschap

Een aartje in je mouw laten kruipen mag dan een onschuldig vermaak zijn, de aartjes zijn niet ongevaarlijk. Laat Google maar eens zoeken naar kruipertje, hond en operatie. Je krijgt een hele lijst ellende voorgeschoteld met huisdieren die een aartje in een oog, poot of bek gekregen hebben. Zo’n aartje heeft de neiging steeds dieper het weefsel in te kruipen. Dat veroorzaakt een vervelende ontsteking, die alleen met een operatie te verhelpen is. Zoiets verwacht natuurlijk niemand als een huisdier een paar sprieten gras afbijt.

Ruw

Kruipertje, lastig maar mooi grasje

Kruipertje, lastig maar mooi grasje (Source: Helene Verhagen)

De wetenschappelijke naam van het kruipertje is Hordeum murinum, die naam heeft het plantje al in 1753 van Linnaeus gekregen. Hordeum is het Latijnse woord voor gerst, het graan van bier en bostel. Het woord is verwant aan het Latijnse werkwoord horrēre, dat in de basis iets betekent als ‘rechtop gaan staan’ (van haren en dergelijke) en vandaar ‘ruw zijn’. De betekenis ‘doen huiveren, verschrikkelijk zijn’ is weer een volgende afgeleide. In die zin is het verwant aan horribilis, dat we terugvinden in het Franse en Engelse horrible. Voor gerst is de elementaire betekenis ‘harig zijn’ de meest voor de hand liggende.
Murinum betekent ‘van muizen, muis-‘ en dat slaat dan op de kleur. Linnaeus’ naam betekent dus ‘muisgrijze gerst’. Of hij dat ook zo bedoeld heeft, valt te bezien. Muizengerst in de betekenis ‘gerst van/voor (de) muizen’ zou in het Latijn Hordeum murium zijn, want murium is de gebruikelijke genitief meervoud van mus, ‘muis’. Nu mag Linnaeus wel vaker wat onzorgvuldig geweest zijn op het gebied van namen, maar voor we met een beschuldigende vinger naar hem wijzen, kunnen we beter eerst even verder kijken. Dan zien we dat Linnaeus gewoon een oude naam gebruikt heeft, lees maar wat Dodonaeus in een uitgave uit 1644 een eeuw eerder al over het kruipertje geschreven had:

‘Het ander Muyse-koren is een gantsch ander soorte van cruydt
kort ende leegh [= laag] oft neer blijvende
met veele korte halmen […].
Het wast [= groeit] neffens de weghen
ende is gansch onnut
ende nergens in ghebruyckelijck: int Latijn is het Hordeum oft Triticum murinum geheeten
dat is Muysen Gerste oft Muysen Terwe: dan [= maar] het is met den naem Muyse-koren meest bekent: ‘t welck hier beschreven wordt
om het onderschil van ‘t selve met den Phoenix [= dolik, raaigras, Lolium spec.] te betoonen.’

Kruipertje

Kruipertje (Source: Hanneke Jelles)

In de ons omringende landen wordt in verband met het kruipertje ook vaak naar muizen verwezen: in het Duits heet het grasje Mäuse-Gerste, in het Engels mouse barley, false barley of wall barley. Die laatste naam berust mogelijk op een misverstand: waarschijnlijk is het Latijnse murinum hier gezien als een afgeleide van murus, ‘muur’ en heeft men gedacht dat deze wilde gerst bij muren of stadsmuren groeide, of iets van dien aard. 
Ook het Frans verwijst naar muizen met orge des souris, ‘muizengerst’. Maar men gebruikt daarnaast een hele serie andere namen: orge des rats, orge queue-de-rat, orge queue-de-souris, orge sauvage, en zelfs orge des lièvres. Respectievelijk betekent dat rattengerst, rattenstaartgerst, muizenstaartgerst, wilde gerst en zelfs hazengerst.
In Scandinavië wordt niet naar muizen verwezen: de Deense naam is gold byg, ‘gouden gerst’ en in het Zweeds heet het kruipertje vildkorn, ‘wilde gerst’. 

Kruipertjes, wel tellen maar de hond uit de buurt houden

Kruipertjes, wel tellen maar de hond uit de buurt houden (Source: Wim Voortman)

Onderzoek

Wie meer wil weten over stoepplantjes, kan daarvoor terecht bij de Hortus botanicus te Leiden; geef je waarnemingen door voor het stoepplantjesonderzoek. Hoe meer waarnemingen, des te betere conclusies. Maar kijk vooral uit dat uw hond niet van de aartjes eet. Dat kan een hoop ongemak voorkomen.

Tekst: Wim Voortman, Hortus botanicus Leiden
Foto’s: Erik van der Hoeven (leadfoto: het kruipertje, zoals afgebeeld in de Zakgids Stoepplanten); KU Leuven; Helene Verhagen; Wim Voortman; Hanneke Jelles