Geplaatst op

Tekenvirus verspreidt zich, kans op infectie zeer klein


RIVM, Wageningen Environmental Research, Wageningen University & Research

21-dec-2022Het tekenencefalitisvirus (TBEV) is een door teken overdraagbaar virus dat in grote delen van Europa en Azië voorkomt. Infectie kan leiden tot hersen(vlies)ontsteking en langdurige (neurologische) klachten. In 2015 is het virus voor het eerst gevonden op de Sallandse Heuvelrug. Verschillende varianten van het virus komen inmiddels in meerdere gebieden voor, maar de kans op infectie is zeer klein.

Het overgrote deel van de mensen wordt niet of nauwelijks ziek na een beet van een met TBEV geïnfecteerde teek. Van de mensen die wel ziek worden, overlijdt 1 tot 2 procent. Binnen de Europese Unie schommelt het aantal ziektegevallen tussen de 2.500 en 3.500 per jaar, voornamelijk in Centraal- en Oost-Europa, de Baltische staten en Scandinavië. Lokaal is er echter grote variatie in het aantal nieuwe ziektegevallen. Hierbij spelen ecologische, sociaal-economische en culturele aspecten een rol. Zoals de variatie in dichtheid van wilde dieren en klimaatverandering, maar ook het plukken van paddenstoelen en verzamelen van bessen dat in Oost-Europa heel populair is. Een typisch kenmerk van TBEV is dan ook dat de verspreiding zeer gefragmenteerd is, ondanks dat de voornaamste vector (de schapenteek Ixodes ricinus) en gastheren (bosmuizen en woelmuizen) wijd verspreid voorkomen.

Eerder in Nederland dan gedacht

De laatste jaren is de verspreiding van TBEV toegenomen. Het virus komt nu voor in gebieden waarvan men voorheen dacht dat de ecologische omstandigheden ongeschikt waren voor overdracht van het virus, zoals Nederland. In 2015 werden voor het eerst geïnfecteerde teken gevonden op de Sallandse Heuvelrug. Deze teken werden verzameld nadat uit een bloedtest van reeën bleek dat sommige dieren uit dit gebied antilichamen hadden tegen TBEV. Aangezien deze reeën al in 2010 waren geschoten maar pas in 2015 getest, circuleerde het virus waarschijnlijk al langer in Nederland. Uit vervolgonderzoek bij reeën die in 2017 zijn geschoten bleek dat het virus sindsdien mogelijk wijder verspreid was. Maar omdat patiënten tot dan toe alleen in de regio’s Utrechtse en Sallandse Heuvelrug werden gemeld en positieve reeën veelal uit de grensregio’s kwamen, was verder onderzoek nodig.

Grootschalig onderzoek

Tussen 2018 en 2020 heeft Wageningen University & Research (WUR) in samenwerking met het RIVM en Artemis One Health grootschalig surveillance-onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van TBEV in teken en wilde muizen. In totaal zijn meer dan 46.000 teken en 320 wilde muizen uit 48 locaties door heel Nederland getest. De teken zijn getest in groepen, zogenaamde ‘pools’. Van de geteste tekenpools (in totaal 3.086) bleken er 7 positief voor TBEV-RNA op 3 locaties: Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug (gemeente Zeist), Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug (gemeente Hellendoorn), en natuurgebied Roggebotzand (gemeente Dronten). Dit betekent dat slechts 0,02 procent van de onderzochte teken geïnfecteerd waren met het virus. Ter vergelijking: ongeveer 15 procent van de Nederlandse teken is besmet met de bacterie Borrelia burgdorferi s.l. die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Van de geteste muizen (152 bosmuizen, 27 grote bosmuizen, 39 rosse woelmuizen en 2 veldmuizen) bleken drie dieren TBEV-RNA positief: twee veldmuizen uit Natuurpark de Leemputten (gemeente Oost Gelre) en een rosse woelmuis uit het Rijk van Nijmegen (gemeente Nijmegen).

Verschillende virusvarianten

Onderzoek naar het RNA van de positieve teken liet zien dat elk gebied een eigen virusvariant had. De variant uit Dronten was het meest verwant aan een die recent in Duitsland is aangetroffen. De variant uit Zeist was nauw verwant aan een uit Zweden, en de variant uit Hellendoorn was nauw verwant aan een uit Engeland, waar TBEV voor het eerst in 2020 is aangetroffen. Dit suggereert dat er meerdere, onafhankelijke introducties hebben plaatsgevonden en bevestigt het beeld dat TBEV over lange afstanden kan worden verspreid, vermoedelijk via trekvogels. Ook bij de positief geteste muizen is het aannemelijk dat het om verschillende virusvarianten gaat.

Risicogebieden

De studie bevestigt dat TBEV in meer gebieden voorkomt dan alleen op de Utrechtse en Sallandse Heuvelrug. Door de data te combineren met de locaties waar eerder patiënten zijn gerapporteerd en de verzamelde data van reeën, ontstaat een meer compleet beeld van de risicogebieden in Nederland. Naast de al genoemde locaties gaat het om delen van Limburg, Noord-Brabant en vooral het oosten van Gelderland en Overijssel. Hoewel verdere verspreiding van het virus niet ondenkbaar is, is de kans om gebeten te worden door een geïnfecteerde teek én vervolgens ziek te worden zeer klein. Momenteel krijgen jaarlijks twee tot vijf patiënten in Nederland tekenencefalitis. Er is een effectief vaccin beschikbaar voor mensen met een hoge blootstelling aan teken.

Meer informatie

Tekst: Helen Esser en Sander Koenraadt, Wageningen University & Research in samenwerking met het RIVM
Foto: Robert Rozwałka, Flickr (leadfoto: schapenteek, Ixodes ricinus)