Geplaatst op

Natuur op de stoep: schijnaardbei


Hortus botanicus Leiden

01-jan-2023Nog tot en met 3 januari 2023 kunt u meedoen met de Eindejaars Plantenjacht van Floron. Klein kruiskruid, paarse dovenetel en vogelmuur gingen bij het schrijven van dit stukje nog op kop. Maar met wat geluk komt u ook nog een enkele bloeiende schijnaardbei tegen.

Schijn bedriegt: de schijnaardbei (Potentilla indica) maakt verleidelijke rode schijnvruchten die sprekend op die van de bosaardbei lijken, maar ze zijn smakeloos.
De schijnaardbei is een vaste plant, die net als z’n smakelijker familieleden behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De plant komt oorspronkelijk voor in Zuidoost-Azië, maar heeft zich vanaf ongeveer 1950 in Nederland als wilde plant weten te vestigen. De schijnaardbei wordt in tuinen wel als bodembedekker toegepast maar dringt ook buiten tuinen door, zodat hij inmiddelsop talloze plekken te vinden is. Dat zijn vooral voedselrijke, vochtige, beschaduwde plaatsen in loofbossen en plantsoenen, maar ook de stoep mijdt hij niet.

Het weinig smakelijke vruchtje van de schijnaardbei staat rechtop

Het weinig smakelijke vruchtje van de schijnaardbei staat rechtop (Source: KU Leuven)

Uitlopers

De plant wordt 5 tot 25 centimeter hoog. De drietallige bladeren zijn handvormig met behaarde bladnerven. Ook de liggende stengels zijn behaard en groeien als uitlopers over de grond. Op de knopen worden wortels gevormd. Zij kunnen dus in korte tijd een groot oppervlak overwoekeren. 

Verschillen met de bosaardbei

Een opvallend verschil met de bosaardbei is de verticale stand van de vruchten. Bij de bosaardbei zijn de vruchten hangend. Verder heeft de schijnaardbei gele bloemen, die van de bosaardbei zijn wit met een geel hartje. Als er geen bloemen of vruchten zijn kun je nog kijken naar de bladeren, waarvan die van de schijnaardbei iets dieper gekarteld zijn. Maar dan moet je wel in je hoofd hebben hoe diep de kartels van de bosaardbei zijn. De plant heeft een knolachtige, donkere wortel die dieprood kleurt als je hem doorsnijdt. Dit wordt veroorzaak door contact met zuurstof.

Blad en het opvallend kelkje van de schijnaardbei

Blad en het opvallend kelkje van de schijnaardbei (Source: KU Leuven )

Naam

Alle aardbeien zijn botanisch gezien schijnvruchten. Dat wil zeggen dat naast het vruchtbeginsel en de zaadknoppen ook andere plantendelen meedoen aan de vorming van vruchten. Bij de aardbei is dat de bloembodem die opzwelt. De pitjes van de aardbei zitten daarom niet in de vrucht, maar zie je aan de buitenkant en zijn in feite de echte vruchtjes.
Dat schijnvrucht is geen reden voor de naam schijnaardbei. Die duidt erop dat zowel het blad, de bloemvorm als de vrucht lijken op die van de inheemse bosaardbei, maar de vrucht niet de smakelijkheid bezit van de bosaardbei. Het zou beter zijn de plant fopaardbei te noemen, want het is toch echt wel een aardbei, maar een die ons fopt door zijn minder aangename smaak.
De geslachtsnaam Potentilla betekent krachtig in de zin van geneeskrachtig. De soortaanduiding indica verwijst naar de Aziatische herkomst van deze plant.

Schijnaardbei

Schijnaardbei (Source: KU Leuven)

Herkomst en vindplaats

Het best gedijt de schijnaardbei onder struikgewas of langs bospaadjes op vochtige, voedselrijke bodems, maar ze wordt evengoed aangetroffen in gazons, tussen straatstenen, als spontane ondergroei in stadsparkjes, enzovoorts. De schijnaardbei komt dus zowel in (half)natuurlijke als volkomen stedelijke milieus voor. Door zijn uitlopers kan de soort op korte tijd relatief grote oppervlakten koloniseren. Het is voorlopig onduidelijk in welke mate ze hierbij inheemse soorten kan verdringen.
De vruchten van de schijnaardbei zijn wel eetbaar, maar zijn scherp en droog van smaak en ook zitten er veel harde zaadjes in het vruchtvlees. Schijnaardbei moet je dus niet zien als een plant die eetbare vruchten oplevert, maar hij kan wel dienstdoen als een groente. De bladeren kunnen gekookt worden als spinazie en hebben het voordeel dat ze niet minder lekker worden naarmate het seizoen vordert. Verder is er weinig over culinair gebruik terug te vinden. Gemeld wordt nog dat de wortel van de plant in Beieren soms verwerkt wordt in een kruidenlikeur: ‘Blutwurz’.

Geneeskrachtige werking

Potentilla duidt op ‘potens’ wat krachtig, machtig betekent en duidt op de krachtige geneeskrachtige werking. De werking is vooral te danken aan de aanwezigheid van tannines. Tannines hebben een samentrekkende effect op huid en slijmvliezen. Zij veranderen de eiwitstructuur met als gevolg dat deze stollen en samentrekken. Bij een wond in de mond wordt het bloeden daardoor gestopt en de wondgenezing verbeterd, aangezien bacteriën en virussen dan moeilijker het weefsel kunnen binnendringen.
Uit de gedroogde wortel wordt daarom ook wel een gorgeldrank gemaakt tegen kiespijn en mondslijmvliesontstekingen. Ook bij inwendig gebruik is het een ontstekingswerker met gelijksoortige geneeskrachtige werking als de soortgenoot tormentil, die veel meer bekend is als geneeskrachtige plant. Leuk om te weten, niet om zelf uit te proberen, daar is veel kennis voor nodig. De rode kleurstof uit de wortel kan gebruikt worden om stoffen geelbruin te kleuren en door zijn hoge gehalte aan looistoffen kan de wortel gebruikt worden voor het looien van leer.

Schijnaardbei, getekend in het kader van een stage in de Hortus door Robin Hoekstra

Schijnaardbei, getekend in het kader van een stage in de Hortus door Robin Hoekstra (Source: Robin Hoekstra)

Chemische aspecten

De plant bevat veel looistoffen (17 à 22 procent) en stoffen als triterpeenglycoside, organische zuren, flavonoïden, etherische olie, hars en gom. Flobafeen is de looistof die voor de rode kleur van de wortel zorgt. Deze stof komt ook voor in de schors van bomen, bijvoorbeeld de ‘redwoods’ in Amerika die in Nederland sequoia’s genoemd worden.
Flavonoïden komen ofwel vrij voor, ofwel gebonden aan suikers en vormen dan een glycoside. Flavonoïden spelen een belangrijke rol in de plantenstofwisseling. Vele flavonoïden zijn gekleurd. Ze zorgen dan ook voor de rode en blauwe kleur van vele bloemen en de gele kleur van bladeren bij de verkleuring in de herfst. Vandaar ook de naam die afkomstig is van het Latijnse woord voor geel: ‘flavus’.
Fenolzuren of fenolcarbonzuren zijn verbindingen met een fenolische ring en een organisch carbonzuur. Ze komen voor in de buitenste delen van planten en hebben een antibacteriële werking waardoor ze de plant beschermen tegen micro-organismen. Een bekende vertegenwoordiger is salicylzuur.

 De stralend gele bloem van de schijnaardbei is een mooie vondst voor de Eindejaars Plantenjacht en het stoepplantjesonderzoek

De stralend gele bloem van de schijnaardbei is een mooie vondst voor de Eindejaars Plantenjacht en het stoepplantjesonderzoek (Source: KU Leuven)

Leuk om te weten, maar het is nog leuker om tijdens de Eindejaars Plantenjacht een bloeiende schijnaardbei te ‘scoren’. Loop uw rondje van een uur en geef de lijst door aan Floron. En bent u toch bezig, dan meteen ook maar voor het stoepplantjesonderzoek. Twee keer plezier van één wandelrondje.

Tekst: Piet Rieff, Hortus botanicus Leiden
Foto’s: KU Leuven; Robin Hoekstra