Geplaatst op

Natuur op de stoep: slijmerige kleikorst


Hortus botanicus Leiden

08-jan-2023Het Stoepplantjesonderzoek richt zich op planten die tussen de straatstenen en stoeptegels kunnen groeien. Verrassend genoeg is ook óp de stenen zelf nog het nodige leven mogelijk. Zo vormen vele bizarre korstmossen met even bizarre namen een levend tapijt onder onze schoenen. Verschillende soorten hebben verschillende verhalen. Deze keer: veranderingen op de stoep en de slijmige kleikorst.

De stoep vormt een uitdagende leefomgeving. Wandelaars, auto’s, felle zon, verdroging en hoge temperaturen: de bedreigingen zijn talrijk. Wat hier leeft moet óf heel taai, óf heel klein zijn om vertrapping te verduren en droogte te overleven. In eerdere artikelen over natuur op de stoep werd korstmosdiversiteit en de vreemde levenswijze van de geleimossen belicht. Sommige stoepgemeenschappen blijven erg constant, maar meestal is het tegendeel waar: er verandert van alles op de stoep voordat de mens ingrijpt. Hoe ziet die verandering eruit?

Successie

Florerende slijmerige kleikorst op straat

Florerende slijmerige kleikorst op straat (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Als we over veranderingen van soorten in de natuur spreken, hebben we het vaak over successie: het proces waarbij soorten in een omgeving komen, vervangen worden en verdwijnen, tot er niets meer aan de soortensamenstelling verandert. Het begint met de kolonisten: soorten die zich het eerste vestigen in een nieuwe leefomgeving en de weg vrij maken voor andere soorten zoals bepaalde specialisten. De successie eindigt in een climaxstadium, waarin de soortensamenstelling nog maar weinig verandert. Op de meeste plekken in Nederland zou dit climaxstadium bestaan uit bos, maar natuurbeheer voorkomt dit meestal. De soorten die elkaar opvolgen en de precieze manier waarop dat gebeurt, verschilt per leefomgeving. Op de stoep zie je deze ontwikkeling op een eigen unieke manier ook gebeuren.

Nieuwe stoep

Laten we voor het begin van de ontwikkeling eens teruggaan naar het ontstaan van een stoep. De wegwerkers hebben nieuwe tegels gelegd met daartussen open stukjes zand. Het is letterlijk een urbane woestijn: er leeft nog vrijwel helemaal niets. Het is aan de kolonisten dit te veranderen. Naarmate de tijd verstrijkt kunnen algen de grond al beter vastleggen: de voegen gaan meer vocht vasthouden. Dit laat weer meer leven toe. De eerste toefjes van mossen zoals het zilvermos (Bryum argenteum) verschijnen. Zaadjes van algemene kortlevende tredplanten zoals vroegeling (Draba verna) die meegevoerd worden met grond of bijvoorbeeld door voetgangers en verkeer, kiemen nu en tijdens de Eindejaars Plantenjacht van Floron zijn de eerste bloemen al gezien. Traag groeiende korstmossen zoals muurschotelkorst (Lecanora muralis) en rond dambordje (Circinaria contorta) vestigen zich op de stenen zelf, maar verschijnen door de trage groei voor het blote oog pas na langere tijd.
In de jaren erop kunnen allerlei tinten groen verschijnen wanneer de voegen meer water vasthouden als gevolg van de toename van leven. Purpersteeltje (Ceratodon purpereus), smaragdsteeltje (Barbula convoluta) en gedraaid knikmos (Bryum capillare) zijn een paar voorbeelden die je in een enkele voeg (een paar centimeters) tegen kunt komen. De zwarte geleimossen zijn als een van de eerste korstmossen inmiddels ook van de partij. Op sommige klinkers duiken de eerste witte rondjes op: rond dambordje en het stoeprandvingermos (Physcia caesia) zijn er nu ook goed bij.

Druk

Slijmige kleikorst tussen stoeptegels. Opvallend zijn de fraaie rode vruchtlichamen in de vorm van bekertjes

Slijmige kleikorst tussen stoeptegels. Opvallend zijn de fraaie rode vruchtlichamen in de vorm van bekertjes (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Het begint nu aardig druk te worden op de stoep. Interactie tussen soorten wordt onvermijdelijk en successie komt op gang. Mospolletjes en planten zoals liggende vetmuur (Sagina procumbens) groeien uit en vullen de voegen op, terwijl korstmossen buiten de voegen op de stenen zelf concurreren om ruimte. Van liggende vetmuur is trouwens op dit moment een leuke kleine tentoonstelling te zien in de Leidse Hortus, met microscopische opnamen door Rob van Es.
Als de omstandigheden vochtig genoeg zijn kunnen ook grotere soorten verschijnen, zoals parapluutjesmos (Marchantia polymorpha) en halvemaantjesmos (Lunularia cruciata). Deze levermossen zijn groter en groeien sneller dan de andere mossen waardoor deze overgroeid kunnen raken. De levermossen kunnen op hun beurt ook weer kansen voor nieuwe soorten geven. Hier toont de stoep aan een echte levensgemeenschap te kunnen vormen met complexe interacties tussen soorten. Juist op de afgestorven overblijfselen van de levermossen kan je namelijk een gespecialiseerde soort tegenkomen: de slijmige kleikorst (Sarcosagium campestre).

Zeldzame soort

De slijmige kleikorst is een soort die vaak zijn leven begint op dode levermossen of in oude mospolletjes wanneer de stoep al geruim de tijd gehad heeft om te ontwikkelen. In Nederland bevindt een flink deel van alle vindplaatsen van deze zeldzame soort zich in dit milieu op de stoep. Hij groeit graag in oude voegen met lemige grond, maar meestal op of tussen oude resten van andere stoepsoorten, zoals parapluutjesmos. Het vormt kleine groene schubjes die dichte slijmerige groene korstjes kunnen vormen. Slijmige kleikorst vormt rode vruchtlichamen die lijken op kleine paddenstoelen en als rode bekertjes op de stoep verschijnen. Het voorkomen van slijmige kleikorst op andere mossen en levermossen zoals parapluutjesmos laat mooi zien hoe het voorkomen van de ene soort de vestiging van een andere makkelijker maakt.

Slijmige kleikorst is een van de zeldzamere stoepsoorten. Als het er is, dan weet je dat de stoepsamenleving zich al behoorlijk lang heeft kunnen ontwikkelen. Geeft deze soort dan het climaxstadium van de successie op de stoep aan? Eigenlijk niet, maar meestal krijgt de stoep door menselijk ingrijpen geen kans zich verder te ontwikkelen. Als mensen überhaupt niet meer zouden ingrijpen dan zou de straat uiteindelijk worden overgenomen door grassen en struiken, een ware ‘urbane jungle’. Voor het zover komt worden de kruiden en struiken meestal weggehaald, waardoor de kleinere soorten zoals de slijmige kleikorst hun gang kunnen gaan. In het straatbeeld kunnen soorten zoals dit samen met andere aanwezige soorten daarom wel degelijk het hoogst haalbare ontwikkelingsstadium aangeven (voordat de mens het straatbeeld komt fatsoeneren).

Op zoek

Slijmerige kleikorst

Slijmerige kleikorst (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Je kunt op de stoep dus allerlei ontwikkelingen aantreffen en volgen. Kolonisatie, concurrentie, uitsterving, vestiging en successie: het vindt allemaal plaats bij soorten tussen de klinkers en stoeptegels. Verder is de ene stoep de andere niet. Omstandigheden verschillen, en daarom ook het aanwezige leven en de ontwikkeling daarvan. Kijk de volgende keer dat je op de stoep loopt eens naar de micro-plantjes en bijzondere korstmossen die er aanwezig zijn, je zal zien dat elke stoep verschilt. Wie weet vind je de bijzondere slijmige kleikorst!

Meer informatie

Tekst: Harold Timans
Foto’s: Henk-Jan van der Kolk