Geplaatst op

Meer bescherming voor belangrijke vogelgebieden op de Noordzee


Vogelbescherming Nederland

10-jan-2023Na de aanwijzing van de Bruine Bank als Natura 2000-gebied afgelopen jaar heeft onderzoek uitgewezen dat maar liefst vier nieuwe gebieden eveneens in aanmerking komen voor aanwijzing als Vogelrichtlijngebied: Hollandse Kust, Doggersbank, Centrale Oestergronden en Klaverbank.

Een belangrijke stap voor de bescherming van vogels in de Noordzee: na de aanwijzing van de Bruine Bank als Natura 2000-gebied afgelopen jaar heeft onderzoek uitgewezen dat maar liefst vier nieuwe gebieden ook in aanmerking komen voor aanwijzing als Vogelrichtlijngebied. Het gaat om de gebieden Hollandse Kust, Doggersbank, Centrale Oestergronden en Klaverbank. Dat zijn Noordzee-gebieden waarvan de meeste al bescherming genieten voor andere natuurwaarden. Na de formele aanwijzing zullen ze gevrijwaard worden van ontwikkelingen en activiteiten die vogels en hun habitat bedreigen.

Uitvloeisel van Noordzeeakkoord

In 2020 is het Noordzeeakkoord gesloten, waarin de belangen van natuur, visserij en energieopwekking op zee zorgvuldig zijn afgewogen. Vanwege het belang van de Noordzee voor de vogels die daar leven, heeft Vogelbescherming een actieve bijdrage geleverd aan het akkoord.

Een belangrijke afspraak daarin is het uitvoeren van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek om vast te stellen of de gebieden die bekend staan om hun rijke natuur voldoen aan de selectiecriteria voor aanwijzing als Vogelrichtlijngebied. Als dat het geval is, worden ze aangewezen voor de bescherming van zee- en kustvogels. Binnen de aangewezen gebieden gelden veel strengere regels voor activiteiten zoals visserij en scheepvaart. Vorig jaar heeft het Noordzeeakkoord al tot een nieuw Natura 2000-gebied geleid: de Bruine Bank.

Potentiële vogelrichtlijngebieden in de Noordzee

Potentiële vogelrichtlijngebieden in de Noordzee (Source: Waardenburg Ecology)

Onderzoek naar belangrijke vogelgebieden op zee

Dit jaar is door Waardenburg Ecology gekeken of een zestal gebieden (Hollandse Kust, de Vlakte van de Raan, de Borkumse Stenen, de Klaverbank, de Doggersbank en de Centrale Oestergronden) in aanmerking komt voor aanwijzing als Natura 2000-gebied op grond van de Vogelrichtlijn. De conclusie van het rapport (pdf; 13 MB): voor vier van de zes gebieden is voldoende bewijs van het grote belang voor zee- en kustvogels. Zo is de Hollandse Kust – voorheen niet beschermd – belangrijk habitat voor verschillende meeuwensoorten en zijn Doggersbank en Klaverbank essentieel voor de populaties van alk en zeekoet.

Voor de overige twee gebieden, Borkumse Stenen en Vlakte van de Raan, is nog niet voldoende onderzoek gedaan waardoor in 2025 pas vastgesteld kan worden of deze voor verdere bescherming in aanmerking komen. Rond die tijd is aanvullend onderzoek in de vier aangewezen gebieden ook voltooid, wat mogelijk resulteert in uitbreiding van het aantal vogelsoorten waarvoor de gebieden worden aangewezen.

Papegaaiduikers

Papegaaiduikers (Source: Ruud van Beusekom)

 

Aanwijzingsprocedure

Dat de nieuwe gebieden in aanmerking komen voor aanwijzing als Vogelrichtlijngebieden is het begin van een procedure die enkele jaren zal duren. Naar verwachting zullen de gebieden in 2025 formeel zijn aangewezen voor de betrokken vogelsoorten. Vanaf dat jaar heeft Rijkswaterstaat drie jaar de tijd om een beheerplan te schrijven voor de nieuwe Natura 2000-gebieden en de nieuwe instandhoudingsdoelen mee te nemen in bestaande beheerplannen. In de beheerplannen staan de maatregelen voor de instandhouding van deze soorten en wat er wordt gedaan om verslechtering van hun leefgebieden te voorkomen. En wat de gevolgen zijn van activiteiten, zoals de aanleg van kabels, mijnbouw, zandwinning, windparken, visserij en scheepvaart.

Alk

Alk (Source: Ruud van Beusekom)

Toetsing en vergunning

Wat betekent de aanwijzing van de Vogelrichtlijngebieden in de praktijk? Eventuele ontwikkelingen in deze beschermde gebieden moeten getoetst worden op negatieve gevolgen voor de daar aanwezige vogels en hun leefomgeving. Deze ontwikkelingen worden getoetst aan de doelen die voor de betrokken soorten worden vastgesteld in het aanwijzingsbesluit, met name aangaande de instandhouding van de vogelpopulaties en hun leefgebied.

Bij elke activiteit zal gekeken moeten worden of de doelen mogelijk in het geding komen. Pas als door uitgebreid onderzoek vastgesteld is dat er met zekerheid geen significante effecten zullen optreden, kunnen de geplande activiteiten vergund worden. Dit verhoogt de drempel om in de gebieden aan de slag te gaan aanzienlijk, waardoor er eerder elders naar alternatieven gezocht zal worden.

Tekst: Vogelbescherming Nederland
Foto’s: Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland (leadfoto: zeekoet)