Geplaatst op

Natuur op de stoep: prikneus


Hortus botanicus Leiden

22-jan-2023Mede door het zachte winterweer bloeien er al veel planten. Andere planten houden zich koest en maken zich op voor de zomer, zo ook de prikneus. Ga, naast de winterbloeiers, eens op zoek naar de prikneus haar wollige rozet. Ze vangt nu de ijle zonnestralen op, om in de zomer te stralen met haar magenta of ‘felbarbieroze’ bloemen van juni tot augustus.

De prikneus heeft in de winter grijsgroene witviltige bladeren. Ze hebben heel veel korte, witte, in elkaar gehaakte haartjes. Die zorgen dat het blad zacht aanvoelt, zoals vilt, en een grijze gloed heeft. Al die haartjes beschermen de plant ook tegen de kou als het weer gaat vriezen. De bladeren hebben een gladde rand, soms golft die een beetje op en neer. Een blad is langwerpig en heeft in het midden een eironde vorm. Hij heeft één lange duidelijke nerf en eindigt vaak in een klein puntje. In de winter groeien de bladeren in een rozet. Net als bij een roos groeien de bladeren dan allemaal uit het zelfde punt in een rondje daar omheen. Prikneus is helaas niet de enige plant die zo’n wollig zacht rozet heeft in de winter.

Wollige rozetten

Botanische afbeelding van prikneus voor het Stoepplantjesalbum

Botanische afbeelding van prikneus voor het Stoepplantjesalbum (Source: Marianne van der Stee)

Je kunt ook andere mooie wollige winterrozetten vinden: van de koningskaars, zwarte toorts en bleekgele droogbloem. De koningskaars en zwarte toorts krijgen in de zomer één lange rechte stengel met daaraan gele bloemen. Die sneden mensen vroeger af, doopten de stengel in vet of pek en gebruikten hem als fakkel langs de weg. Deze planten hebben een passende naam daarvoor gekregen. Ook kan je de bladeren in je schoen stoppen om je voeten warm te houden. Mijn schoenen zijn een beetje te groot, de volgende keer dat ik zo’n rozet tegenkom stop ik er een wollig blad bij.

Nerven

Je kunt prikneus van deze andere planten onderscheiden door te kijken naar de grootte en de nerven. De bleekgele droogbloem heeft een klein rozetje, kleiner dan je handpalm. De rozetten van de prikneus, koningskaars en zwarte toorts zijn al snel even groot of groter dan je handpalm. De prikneus heeft één duidelijke nerf per blad. Bij de koningskaars en zwarte toorts zie je duidelijk meer nerven naar de zijkant lopen vanaf de hoofnerf in het midden. Je ziet dit nog beter aan de achterkant van het blad. Als je nog twijfelt en toch aan het aftellen bent tot de zomer kan je ook wachten tot de planten gele of roze bloemen krijgen.

Je kunt prikneus onderscheiden door te kijken naar de grootte en de nerven

Je kunt prikneus onderscheiden door te kijken naar de grootte en de nerven (Source: M.A. den Hartog)

Ingeburgerd

De bleekgele droogbloem, koningskaars en zwarte toorts zijn allemaal inheemse soorten. Ze zijn al in Nederland sinds mensen begonnen op te schrijven welke planten hier voorkomen. De prikneus is eigenlijk een nieuwigheid. Ze is na 1995 ingeburgerd en is daarom een neofyt. Dat kan je vertalen naar nieuwkomer, maar de term exoot wordt ook vaak gebruikt. Toch is de prikneus hier al heel lang bekend als tuinplant. Ze staat zelfs beschreven in Dodoens Cruijdeboeck uit 1554 als medicinale plant, goed tegen de beet van schorpioenen.

Prikneus

Prikneus (Source: Bastiaan Brak)

Prikneus is ijverig aan het verwilderen

Prikneus is ijverig aan het verwilderen (Source: Hanneke Waller)

Over het hek

Prikneus op de stoep; droogte geen bezwaar

Prikneus op de stoep; droogte geen bezwaar (Source: Chris Rosmalen)

De prikneus bleef een tuinplant omdat ze heel lang niet verwilderde. Ze bleef netjes binnen de hekken van tuinen. De zaadjes die daarbuiten terechtkwamen, kwamen misschien wel uit, maar bleven zichzelf niet uitzaaien. De plant verdwijnt dan als niemand hem in de tuin zaait en krijgt geen inburgeringsstempel. Zodra een plantensoort voor drie generaties op drie verschillende plekken in Nederland zelf kan groeien, bloeien en uitzaaien, pas dan is die ingeburgerd. Dan is die soort deel van onze wilde natuur. De regels voor mensen en planten zijn qua inburgeren erg verschillend en dat is maar goed ook. De prikneus hoort er al een paar decennia officieel bij en komt in heel Nederland voor.

Uitsteeksel

Aai de prikneus z’n zachte bladeren en prik vanaf juni je neus aan haar bloemen. In het midden van de bloem staat voor elk kroonblad een stevig uitsteeksel. Dus kijk uit als je wil ontdekken hoe de prikneus ruikt. De jaarlijkse Eindejaars Plantenjacht van FLORON is voorbij maar aan het Stoepplantjesonderzoek kan je het hele jaar meedoen. Tot nu toe zijn er nog maar vijf prikneuzen bij ons ingevoerd. Ga op zoek naar de prikneus en voer je vondst in op www.stoepplantjesonderzoek.nl.

Tekst: Nienke Beets, Hortus botanicus Leiden
Foto’s: André Biemans (leadfoto: winterrozet van prikneus); Marianne van der Stee; M.A. den Hartog, Waarneming.nl; Bastiaan Brak, Waarneming.nl; Hanneke Waller, Waarneming.nl; Chris Rosmalen, Waarneming.nl