Geplaatst op

Uitbundig mosdiertje: een nieuwe exoot in zoet water


Stichting ANEMOON

22-jan-2023Het zoetwatermosdiertje Hislopia prolixa werd in 2011 in Japan ontdekt en beschreven. Nu, tien jaar later, verschijnt het voor het eerst in Europa. Gaat deze gloednieuwe exoot de wereld veroveren?

In het najaar van 2022 werd, vlak na elkaar, op twee locaties in Nederland het zoetwatermosdiertje Hislopia prolixa aangetroffen. Dit zijn de eerste ontdekkingen van deze soort in Nederland. Het is bovendien pas de tweede keer dat de soort in Europa is waargenomen; de eerste keer was in 2021. Dit mosdiertje is relatief kortgeleden als nieuwe soort voor de wetenschap beschreven uit een meer in Japan. Deze nieuwe uitheemse soort lijkt zich snel en met succes te verspreiden in Europese wateren. 

Koudebestendige zoetwatersoort

Mosdiertjes (Bryozoa of Ectoprocta) zijn kleine, nogal onbekende organismen die vooral in zee leven. Vaak vormen ze kolonies van grote aantallen bij en aan elkaar zittende individuen. De individuele mosdiertjes zijn nauwelijks groter dan een millimeter. Ze komen voor als korsten op rotsen, wier en ander substraat of lijken op mossen, poliepenkolonies of wieren die in de stroming heen en weer worden gewiegd. Losgeslagen en afgestorven kolonies spoelen vaak op het strand aan. Wereldwijd zijn bijna zesduizend soorten bekend, vooral uit tropische wateren. Maar ook langs onze kust en in het zoete water komen veel soorten voor. Heel bekend is bijvoorbeeld het harig mosdiertje (Electra pilosa) dat vanwege de massaal aangespoelde kolonies vaak de media haalt.

De nieuwe soort behoort tot de klasse Gymnolaemata, orde Ctenostomata. Uit deze orde komen zowel in zee als in zoet water vertegenwoordigers voor. Tot voor kort was Hislopia prolixa alleen bekend van Lake Biwa, waar de soort ontdekt is, en van enkele andere plaatsen in Japan, en verder van verschillende locaties in Zuid-Korea en China. Het geslacht Hislopia bestaat uit voornamelijk tropische zoetwatersoorten. Hislopia prolixa is één van de twee soorten binnen het geslacht die voorkomen in de gematigde zones van Noordoost-Azië, waar zij in staat zijn strenge winters te overleven.

In situ gefotografeerde kolonie in de Redichemse Waard. Rechts: vergroting deel van de kolonie met uitgestrekte lofoforen - zie ook leadfoto

In situ gefotografeerde kolonie in de Redichemse Waard. Rechts: vergroting deel van de kolonie met uitgestrekte lofoforen – zie ook leadfoto (Source: Anne Lamers)

Nederlandse waarnemingen

De eerste waarneming van Hislopia prolixa in Nederland werd gedaan op 23 september 2022 door Anne Lamers tijdens een duik in de Redichemse Waard bij Culemborg, een zandafgraving die in verbinding staat met de Lek. Zij vond daar meerdere kolonies op twee meter diepte tegen en onder een betonnen balk. De soort bleek niet op naam te brengen met de voorhanden zijnde determinatiesleutels van Europese en Noord-Amerikaanse zoetwatermosdiertjes. Na veel tevergeefs zoeken en navragen, werden T. Wood en B. Okamura aangeschreven, schrijvers van het naslagwerk ‘A new key to the freshwater bryozoans of Britain, Ireland and continental Europe’. De ter plaatse genomen foto’s gingen mee als bijlage. Het antwoord kwam per direct retour en had als aanhef: “I was waiting for this moment to come!”. Professor Timothy Wood, wereldwijd specialist van zoetwatermosdiertjes, had namelijk na de eerste ontdekking in Japan en China al voorspeld dat Hislopia prolixa wel eens snel in Europa zou kunnen opduiken. Met name leek hem dat mogelijk in het noorden van Europa, op plaatsen met een gematigd klimaat zoals er ook in Noordoost-Azië heerst.

Vrijwel tegelijkertijd met de eerste waarneming werd het nieuwe mosdiertje ook op vijf locaties in de Maas gevonden. Het betreft monsters van een monitoringstudie, uitgevoerd door Eurofins in opdracht van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. De betreffende plaatsen zijn bemonsterd op 27 en 28 september 2022 tussen Eijsden en Maastricht. Op deze locaties waren de mosdiertjes rijkelijk aanwezig op grote exemplaren van de Quaggamossel (Dreissena bugensis).

Hislopia prolixa-kolonies op de Quaggamossel (Dreissena bugensis). Verschillende vergrotingen van gefixeerde monsters uit de Maas

Hislopia prolixa-kolonies op de Quaggamossel (Dreissena bugensis). Verschillende vergrotingen van gefixeerde monsters uit de Maas (Source: Ton van Haaren)

Waarnemingen in Europa

De Nederlandse vondsten zijn de tweede en derde gerapporteerde waarnemingen in Europa. De eerste melding stamt uit oktober 2021 uit de Rijn nabij Karlsruhe in Duitsland. Daar ontdekte men een kolonie op de wand van een drooggezette sluis, waarna ook kolonies werden aangetroffen op nabijgelegen locaties in de Rijn, waaronder in Frankrijk.

De Duitse onderzoekers speculeerden dat de introductie van Hislopia prolixa via ballastwater in een haven aan de monding van de Rijn moet hebben plaatsgevonden, waarna de dieren vervolgens op de huid van een schip stroomopwaarts getransporteerd zijn. Wij denken daarbij aan de haven van Rotterdam. Het nieuwe mosdiertje zou dus al verspreid moeten zijn in de benedenloop van de rivier. De aanwezigheid van Hislopia prolixa zou hier tot nu toe over het hoofd gezien zijn. De Nederlandse vondsten van de soort in zowel de benedenloop van de Rijn als in de Maas, lijken deze speculatie te bevestigen.

Het feit dat in een relatief korte periode drie waarnemingen in Europa zijn gedaan, suggereert dat Hislopia prolixa pas recentelijk in Europa is opgedoken. Ook lijkt het erop dat de soort zich snel kan verspreiden. Het is naar onze mening belangrijk de verspreiding van Hislopia prolixa goed te blijven monitoren en de mogelijke effecten van deze uitheemse soort op de lokale inheemse zoetwatermosdiertjes te bestuderen. Op dit moment is nog niets te zeggen over eventuele problemen die de soort in de toekomst zou kunnen veroorzaken. 

Beschrijving

De kolonies van Hislopia prolixa groeien op een harde ondergrond en komen plat uitgespreid over het substraat voor in een enkele laag zoïden. Ze zijn vooral te vinden aan de zij- en onderkant van het substraat, waar ze in staat zijn om verzanding te voorkomen. De zoïden zijn transparant, geel tot donkerbruin van kleur en ovaal, enigszins taps toelopend van vorm. Ze zijn minder dan een millimeter lang en 0,6 millimeter breed en liggen in een lijn achter elkaar. De opening waardoor de lofofoor – het orgaan waarmee voedsel verzameld wordt, inclusief tentakelkrans – naar buiten steekt, ligt duidelijk uit het midden. Wanneer de polypide – het intrekbare deel van de zoïde met daarin het verteringsstelsel – teruggetrokken is, valt de rand van de opening naar binnen in vier kwadranten, zodat een karakteristiek kruisje te zien is (zie rode pijl). De wand van de opening heeft geen stekels. De polypiden reiken ver boven de zoïdenlaag uit, waarbij de lange oesophagus (slokdarm) en een deel van de polypide te zien zijn.

Hislopia prolixa heeft twee kenmerken die niet bij andere Hislopia-soorten voorkomen: wanneer de zoïden erg dicht op elkaar liggen kan de kolonie random aftakkingen van verlengde zoïden maken die boven de zoïdenlaag uitsteken. Deze vertakkingen zijn gericht op het vinden van nieuw substraat, waarop de kolonie zich kan uitbreiden. Daarnaast heeft Hislopia prolixa gemineraliseerde structuren in de maag, die goed zichtbaar zijn als witte korrels.

De mosdiertjes lijken niet kieskeurig te zijn met betrekking tot het substraat waarop ze groeien. Kolonies zijn gevonden op beton, hout en metaal en op plastic flessen, maar ook op levend organisch materiaal zoals tweekleppigen. Bij de kolonies van de Redichemse Waard viel op dat deze alleen op de zijkant en de onderkant van het substraat groeiden, waarbij de uitgestoken lofoforen schuin naar beneden hingen.

Bij zoïden met ingetrokken lofoforen is een karakteristiek ‘kruisje’ op de dichtgetrokken opening zichtbaar. Rechts: grafische weergave van twee zoïden, de bovenste met uitgestoken en de onderste met ingetrokken lofofoor/polypide. Foto 4x vergroting binoculair

Bij zoïden met ingetrokken lofoforen is een karakteristiek ‘kruisje’ op de dichtgetrokken opening zichtbaar. Rechts: grafische weergave van twee zoïden, de bovenste met uitgestoken en de onderste met ingetrokken lofofoor/polypide. Foto 4x vergroting binoculair (Source: Anne Lamers)

Voortplanting en overwintering

De kolonie breidt zich uit door aan het uiteinde van de zoïde uitstulpingen te vormen, maar maakt ook vertakkingen loodrecht op de zoïdenketen. Geslachtelijke voortplanting vindt plaats van eind juli tot in augustus, waarbij cyphonaut-larven geproduceerd worden. Dit type larve kan zich zelfstandig voortbewegen in de waterkolom en heeft geen dooiermateriaal, maar voedt zich met plankton. Dit larvetype is in zoet water uniek voor het geslacht Hislopia. Wanneer de temperatuur daalt, sterft de kolonie. Hislopia prolixa vormt geen statoblasten (overlevingscapsules) om te overwinteren, zoals de zoetwatermosdiertjes van de klasse Phylactolaemata doen, maar maakt daarvoor in de plaats zogenaamde hybernacula; klompjes cellen omgeven door een dikke beschermende chitinelaag.

Nederlandse naam en dankwoord

Wij stellen voor om Hislopia prolixa de Nederlandse naam ‘uitbundig mosdiertje’ te geven, aangezien ‘uitbundig’ de letterlijke vertaling is van het Latijnse prolixa.

Wij bedanken Professor Timothy Wood voor het positief identificeren van de kolonies en Rijkswaterstaat Zuid-Nederland voor het vrijgeven van de data met betrekking tot de waarnemingen uit de Maas.

Tekst: Anne Lamers en Rob Leewis, beiden Biologische Werkgroep en Stichting ANEMOON en Ton van Haaren, Eurofins
Foto’s: Anne Lamers (leadfoto: macro-opname van een levende kolonie in de Redichemse Waard met uitgestrekte lofoforen); Ton van Haaren