Geplaatst op

GPS-zenders bron voor biodiversiteitsonderzoek


BLWG, INBO, Max Planck Institute for Ornithology, Naturalis Biodiversity Center, NLBIF, Radboud Universiteit, Sovon Vogelonderzoek Nederland

21-jan-2023Wereldwijd zijn tienduizenden dieren met GPS-zenders uitgerust. Onderzoekers gebruiken de gegevens om diergedrag te bestuderen, of om soorten te beschermen. Ook vertellen de zenders veel over de verspreiding van soorten. Een onderzoeksteam heeft nu de vertaalslag gemaakt die het eindelijk mogelijk maakt om GPS- gegevens in te zetten voor biodiversiteitsonderzoek.

GPS-zenders worden al enkele decennia door ecologen gebruikt om dieren in detail te volgen, wat veel nieuwe inzichten in diergedrag heeft opgeleverd. Duizenden onderzoekers delen de locatiegegevens van hun onderzoeken op de website Movebank, waar iedereen de gegevens van GPS-zenders kan bekijken en downloaden. De zenders laten ook heel precies zien waar en wanneer bepaalde diersoorten voorkomen, en kunnen daarom ook gebruikt worden in biodiversiteitsonderzoek om bijvoorbeeld het verspreidingsgebied van soorten vast te stellen.

Gegevens van scholeksters die gezenderd zijn op Vlieland op Movebank (links) zijn overgezet naar GBIF (rechtsboven) en OBIS (rechtsonder)

Gegevens van scholeksters die gezenderd zijn op Vlieland op Movebank (links) zijn overgezet naar GBIF (rechtsboven) en OBIS (rechtsonder) (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Vertaalslag

Vreemd genoeg was dit tot voor kort nog niet mogelijk, want om GPS-gegevens hiervoor in te zetten is het nodig om ze beschikbaar te maken via platformen als GBIF (Global Biodiversity Information Facility) en OBIS (Ocean Biodiversity Information Facility). Beide platformen zijn een belangrijke bron van gegevens voor biodiversiteitsonderzoek. De vertaalslag die nodig is om gegevens van Movebank over te zetten naar GBIF en OBIS is nu gerealiseerd door een team van onderzoekers van de Radboud Universiteit, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG), het Max Planck Institute of Animal Behavior en Sovon.

Scholekster als testcase

Scholeksters op Vlieland. De vogel links is uitgerust met een GPS-zender en kleurringen

Scholeksters op Vlieland. De vogel links is uitgerust met een GPS-zender en kleurringen (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Om de vertaalslag van Movebank naar GBIF te testen werkten de onderzoekers met GPS-gegevens van scholeksters. Al sinds 2008 krijgen scholeksters in Nederland GPS-zenders van het UvA-BiTS systeem voor uiteenlopende onderzoeksprojecten. In totaal zijn meer dan tweehonderd vogels met een GPS-zender uitgerust, de meeste daarvan in de Waddenzee, om het gedrag van scholeksters te onderzoeken. “We dachten altijd dat scholeksters erg standvastig zijn en elk jaar op precies dezelfde plekken terugkeren om te broeden of overwinteren,” zegt Henk-Jan van der Kolk van BLWG, een van de betrokken onderzoekers. “Door het zenderen kwamen we erachter dat dit inderdaad voor veel vogels het geval is, maar dat er ook scholeksters zijn, vooral jonge vogels, die juist nieuwsgierig zijn en steeds nieuwe locaties bezoeken.” In totaal bevatten de gebruikte datasets zes miljoen GPS-locaties, die onder andere gegevens bevatten van scholeksters die van Nederland naar Scandinavië trekken.

Technische uitdaging

Het is vooral een technische uitdaging om GPS-gegevens te delen via meerdere platforms. “Elk platform slaat GPS-gegevens op een net wat andere manier op, waardoor er een vertaalslag moet plaatsvinden om de gegevens van het ene naar het andere platform over te zetten,” vertelt hoofdonderzoeker Peter Desmet van INBO. Om dit proces eenvoudiger te maken, werd een softwarepakket ontwikkeld waarmee GPS-gegevens van Movebank automatisch worden omgezet naar databestanden die wel ingeladen kunnen worden in GBIF en OBIS.

Een hoogtijvluchtplaats van scholeksters, met op de achtergrond een station dat GPS-zenders signaleert

Een hoogtijvluchtplaats van scholeksters, met op de achtergrond een station dat GPS-zenders signaleert (Source: Henk-Jan van der Kolk)

Voor deze vertaalslag is kritisch nagedacht over welke gegevens belangrijk zijn om wel of niet over te nemen. “Onze werkwijze behoudt bijvoorbeeld van elk dier één GPS-locatie per uur, een frequentie die hoog genoeg is voor biodiversiteitsonderzoek en die er tegelijkertijd voor zorgt dat er niet onnodig veel gegevens in GBIF geladen worden,” beschrijft Desmet. Met deze werkwijze slaagden de onderzoekers er succesvol in om de GPS-gegevens van scholeksters van Movebank naar GBIF en OBIS over te zetten. 

Bredere kennis over biodiversiteit

Ondertussen is de nieuwe aanpak al meerdere keren toegepast en zijn er al van verschillende vogelsoorten gegevens van Movebank op GBIF geplaatst. “Het bevorderen van de toegang tot GPS-gegevens zorgt voor een bredere kennis over de biodiversiteit, wat belangrijk is voor het bepalen van de status van soorten en voor hun bescherming,” zegt Sarah Davidson, werkzaam voor Movebank. De onderzoekers hopen dat hun aanpak wordt overgenomen door andere onderzoeksgroepen, zodat gegevens verzameld met GPS-zenders vaker kunnen worden ingezet voor biodiversiteitsonderzoek.

Meer informatie

Tekst: Henk-Jan van der Kolk, BLWG; Peter Desmet, INBO; Sarah Davidson, Movebank; Bruno Ens, Sovon; Eelke Jongejans, Radboud Universiteit
Foto’s: Henk-Jan van der Kolk