Geplaatst op

Sovon viert vijftigjarig bestaan met symposium ‘Vogelkennis breed toegepast’


Sovon Vogelonderzoek Nederland

27-jan-2023Laat u op 15 maart bijpraten over belangrijke toepassingen van vogelkennis. We staan stil bij de kwaliteit van de natuur in Nederland, transities in de landbouw en de energievoorziening, vogelziekten en innovaties in vogeltellingen. Met verhalen uit de praktijk en verkenningen van de toekomst door sprekers vanuit onderzoeksinstellingen, universiteiten, adviesbureaus en beschermingsorganisaties.

In 2023 bestaat Sovon Vogelonderzoek vijftig jaar. Dankzij het uitgebreide netwerk van waarnemers en een goede samenwerking met verschillende andere instituten en organisaties heeft Sovon in die vijftig jaar kennis opgebouwd over de jaarlijkse veranderingen in aantallen en verspreiding van de in Nederland voorkomende vogelsoorten. Deze kennis vindt zijn weg in het natuurbeleid en -beheer in ons land en wordt inmiddels voor een breed aantal toepassingen gebruikt.

In het symposium ‘Vogelkennis breed toegepast’ staan we uitgebreid stil bij deze toepassingen. De dag vindt plaats op woensdag 15 maart in De Werelt in Lunteren en is bedoeld voor studenten, onderzoekers en professionals, afkomstig van beschermingsorganisaties, ecologisch adviesbureaus, onderzoeksinstituten en universiteiten, provinciale en landelijke overheden en terreinbeherende organisaties. Daarnaast zijn wetenschappelijk geïnteresseerde vogelliefhebbers nadrukkelijk welkom op deze dag.

Programma

Op het symposium kunt u onder andere de onderstaande bijdragen verwachten. Meer sprekers worden nog bekend gemaakt:

  • Vijftig jaar toepassing van vogelkennis – Ruud Foppen en Julia Stahl (Sovon)
  • Het herstel van complete landschappen – Marijn Nijssen (Stichting Bargerveen)
  • Habitatselectie door weidevogels – Tim Visser (Wageningen Environmental Research)
  • Gaat de landbouwtransitie meer weidevogels opleveren? – Andrea Vos-Kuiper (Vogelbescherming Nederland)
  • Impact van hoog-pathogene vogelgriep op vogelpopulaties – Roy Slaterus (Sovon)
  • Insleeproutes van vogelgriep op pluimveebedrijven – Franciska Velkers (Universiteit Utrecht) en Armin Elbers (Wageningen UR)
  • Toepassing van vogelgegevens voor EU-biodiversiteitsdoelen en landelijk gebiedenbeleid – Suzanne Lubbe (Ministerie van LNV)
  • Bespiegeling op de dag – Nienke Beintema (Wetenschapsjournalist / NRC)

Deelname en kosten

  • Deelname aan het symposium kost 75 euro. Dit is inclusief koffie, thee, lunch en een borrel na afloop. Aanmelden kan op de website van Sovon.

Korting voor studenten en vrijwilligers

  • Studenten (MBO, bachelor, master, PhD) kunnen gebruik maken van een aantrekkelijke korting op de toegangsprijs. Voor een studententicket betaal je slechts 10 euro.
  • Voor vrijwilligers die niet aan een professionele organisatie zijn verbonden, is een beperkt aantal tickets met korting beschikbaar. Kijk voor informatie hierover en mogelijkheid tot aanmelden op de website van Sovon

Tekst en foto: Sovon Vogelonderzoek Nederland
Foto: Marcel van Kammen (leadfoto: watervogeltelling Grote Wielen)

Geplaatst op

Zeldzame soorten weten het nieuwe natuurgebied Binnenveldse Hooilanden goed te vinden


Provincie Gelderland

27-jan-2023Pas vier jaar terug zijn ze ingericht als natuurgebied: de Binnenveldse Hooilanden tussen Wageningen en Veenendaal. In dit gebied van totaal 280 hectare lag nog een restantje van het grote areaal blauwgrasland dat Nederland ooit rijk was. Het nieuwe natuurgebied is al vanaf de start razend populair bij vogels. Ook de ontwikkeling van zeldzame vegetatie komt goed op gang.

Zeker in het broedseizoen is het druk op plekken met weids uitzicht over de Binnenveldse Hooilanden. Vele vogelaars spotten er grote aantallen weidevogels en vogels van moeraslanden en ruigten zoals kemphaan, paapje en groenpootruiter. Natuurliefhebbers zien ook steeds meer zoogdieren: hazen, reeën, wezels. En natuurlijk libellen, want er is volop (kwel)water in het gebied.

Boeren en burgers trekken samen op

Vier jaar terug veranderden de weilanden tussen Wageningen en Veenendaal in nieuwe natuur. Provincie Gelderland had hier al grond voor natuurontwikkeling verworven. Drie partijen maakten er met steun van de provincie een gezamenlijk plan voor en kochten de grond van de provincie. Het boereninitiatief Coöperatie Binnenveldse Hooilanden en 300 burgers, verenigd in de Stichting Mooi Binnenveld, kregen elk 50 hectare in bezit en beheer. Staatsbosbeheer beheert 180 hectare.

Drukbevolkt luchtruim

De provincie financierde de inrichting van het gebied: sloten werden gedempt, de voedselrijke toplaag werd weggegraven en de kronkelige loop van de Kromme Eem, een oude stroom, werd hersteld. Het gaf de natuur meteen een flinke impuls. Al vanaf jaar één is het luchtruim drukbevolkt. In 2021 zijn 56 broedvogelsoorten geteld (pdf: 1.101 KB), waarvan 14 van de Rode Lijst. Dit zijn vaste gasten zoals alle weidevogels – kievit, grutto, tureluur, wulp, kwartel, veldleeuwerik, en soorten van moerasland en ruigtes – kuifeend, bosrietzanger, grasmus, blauwborst. Daarnaast komen er ook veel tijdelijke gasten, zoals steltkluut, kraanvogel, kemphaan, groenpootruiter en paapje, en grote ‘jongens’, zoals zwarte ooievaar, rode wouw, vis- en zeearend.

Spontane ontwikkeling

Zeldzame planten hebben bij de inrichting van gebieden voor schraalgrasland vaak wat meer tijd nodig voor ze zich laten zien. In de Binnenveldse Hooilanden komt de ontwikkeling van bijzondere soorten nu ook flink op gang. In het voorjaar kleuren de velden roze van echte koekoeksbloem en geel van moerasrolklaver en ratelaar. In 2022 zijn meer dan 200 soorten vaatplanten geteld, waaronder echte blauwgraslandsoorten, zoals bleke zegge en melkviooltje. Die kwamen waarschijnlijk spontaan op uit oude zaden in de ondergrond. Andere soorten, zoals klokjesgentiaan, moeraskartelbad en rietorchis zijn een handje geholpen door uitstrooi van maaisel met zaad uit nabijgelegen natuurterreinen.

Plaatselijk komt de klokjesgentiaan al goed tot ontwikkeling, samen met veldrus en blauwe knoop

Plaatselijk komt de klokjesgentiaan al goed tot ontwikkeling, samen met veldrus en blauwe knoop (Source: Henk Kloen)

Dynamiek

Het gebied ontwikkelt zich nog volop: de dynamiek is groot! Het zal nog zorgen voor flinke veranderingen in welke soorten er leven en hun aantallen. Het ziet er in elk geval naar uit dat de populariteit van Binnenlandse Hooilanden voor dieren en planten blijvend is. Zeker met de inrichting van nog eens 60 hectare nieuw natuurgebied in het Utrechtse deel van het Binnenveld.

Meer informatie

  • Kijktip: het is nog even wachten, maar aan het einde van dit jaar komt de documentaire ‘Hooiland’ uit. ‘Hooiland’ brengt prachtig in beeld hoe de nieuwe natuur in de Binnenveldse Hooilanden zich snel ontwikkelde. De film, mede mogelijk gemaakt door de provincie Gelderland, zal rond Kerst te zien zijn op NPO2 in een uitzending van BNNVARA.

Tekst: Provincie Gelderland
Foto’s: Henk Kloen (leadfoto: het melkviooltje kan eind mei uitbundig bloeien, maar slechts kort tijd) & Henk Kloen, Provincie Gelderland

Geplaatst op

Dagvlinders herkennen is niet moeilijk


De Vlinderstichting

26-jan-2023Veel mensen houden van vlinders, vinden ze mooi en gaan graag op pad om ze te zien te krijgen. Voor een goede bescherming is het ook belangrijk dat we weten welke soorten waar voorkomen. Daarom vragen we mensen om de vlinders die ze zien door te geven. Vaak krijgen we als antwoord: “Ja, maar ik kan ze niet uit elkaar houden”. Daarom kunt u bij De Vlinderstichting herkenningskaarten downloaden.

Het scheefbloemwitje heeft zich sterk uitgebreid en is nu volwaardig opgenomen in de herkenningskaart van de witjes

Het scheefbloemwitje heeft zich sterk uitgebreid en is nu volwaardig opgenomen in de herkenningskaart van de witjes (Source: Kars Veling)

Als we alleen naar dagvlinders kijken is de herkenning daarvan in Nederland niet zo’n heel groot probleem. Op de meeste plekken zul je namelijk maar twintig tot dertig vlindersoorten tegenkomen. Een aantal daarvan zijn gemakkelijk: veel mensen herkennen de dagpauwoog en de citroenvlinder bijvoorbeeld wel. Maar er zijn ook families waarvan er een aantal soorten voorkomen die wel wat op elkaar lijken en dan komt de onzekerheid. De blauwtjes vormen zo’n groep. Zeker als mensen een boekje met Europese dagvlinders in handen krijgen en 25 tot 30 pagina’s met allemaal blauwtjes zien, zakt de moed hen soms in de schoenen. Maar in ons land komen veel minder soorten blauwtjes voor en de locatie en tijd van waarneming zijn ook een goede hulp bij de determinatie. Een blauwtje in april in je tuin is zeker een boomblauwtje en sommige soorten kom je alleen op de heide tegen. Tenslotte is het is bij de herkenning vooral belangrijk dat je weet waar je op moet letten. Vlinders hebben vele honderden kenmerken, zoals vorm, kleur, grootte en stippenpatroon. Je kunt niet alles in je opnemen en dat hoeft ook niet want vaak is een soort met een of twee kenmerken prima op naam te brengen.

De herkenningskaarten van de dagvlinderfamilies

De herkenningskaarten van de dagvlinderfamilies (Source: Vlinderstichting)

Ook de blauwtjes zijn best uit elkaar te houden als je weet waarop je moet letten

Ook de blauwtjes zijn best uit elkaar te houden als je weet waarop je moet letten (Source: Kars Veling)

Daarom zijn er herkenningskaarten gemaakt die juist aangeven waar je op moet letten als je op pad gaat om vlinders te zoeken, op naam te brengen en tellen. Deze herkenningskaarten waren er al van de blauwtjes, de zandoogjes en de witjes, maar nu zijn er drie nieuwe: de parelmoervlinders, de vuurvlinders & kleine pages en de dikkopjes. De herkenningskaart van de witjes is aangepast, want toen deze een paar jaar geleden werd gemaakt kwam het scheefbloemwitje nog maar heel weinig voor. Inmiddels is deze sterk toegenomen en vliegt hij in alle provincies. Op de nieuwe kaart is dus meer aandacht voor het scheefbloemwitje. Het is nu nog winter, maar als u de herkenningskaarten alvast downloadt en u zich er de komende weken al wat in verdiept, zult u zien dat het herkennen van dagvlinders best meevalt. We hopen dat terug te zien in het aantal doorgegeven vlinderwaarnemingen via Waarneming.nl en Telmee.

Meer informatie

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting

Geplaatst op

Prenten verraden de aanwezigheid van zoogdieren


Zoogdiervereniging

26-jan-2023Afgelopen week lag er in grote delen van Nederland een laag(je) sneeuw. Het perfecte moment om op zoek te gaan naar diersporen! Maar waar moet je op letten en hoe herken je de sporen van onder andere vossen, dassen, zwijnen en reeën?

Diersporen zijn altijd wel te vinden. Denk bijvoorbeeld aan haren, prooiresten, holen, nesten, voederplaatsen en natuurlijk uitwerpselen. Maar prenten (pootafdrukken) zijn eenvoudiger te zien in bijvoorbeeld modder of zand. Ook een laag sneeuw kan het spotten van prenten makkelijker maken en geeft een schat aan informatie prijs over wat er leeft en loopt!

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: haas, das, konijn

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: haas, das, konijn (Source: Annemarie van Diepenbeek)

Verborgen

Zoogdieren met hun verborgen leefwijze en aangeboren schuwheid zijn normaal lastig op te sporen. Ze zijn vooral ‘s nachts of in de schemering actief. Hun goede oren en neus ontdekken naderende mensen al van verre, en dus zorgen ze dat ze ongezien blijven. De voetafdrukken in de sneeuw verraden hun nachtelijke activiteiten. Een unieke kans voor mensen die willen weten welke zoogdieren er in een bepaald gebied leven en wat ze gedaan hebben.

Zo is te zien waar een vos een muizennestje uitgegraven heeft en waar een das een ‘sneeuwleger’ – een plek in de open lucht waar hij buiten heeft gelegen om frisse lucht te happen – heeft gemaakt. Het is een voltreffer als je ziet dat een wezel een muizenhol is binnengedrongen en een muis mee naar buiten gesleept heeft om hem daar op te peuzelen. De sneeuw laat zien waar reeën en herten hun voedsel gezocht hebben (krabplekjes) en waar konijnen honger lijden: ze beginnen dan schors van jonge bomen en afgebroken takken af te knagen.

Soorten sneeuw

Sneeuw is er in allerlei vormen en maten. Voor sporen vormt een dun laagje zachte sneeuw op een vrij vlakke ondergrond het ideale substraat. Hoe dikker de sneeuwlaag, hoe onduidelijker de prenten worden. Maar vooral de wat grotere dieren – zoals wild zwijn, edelhert, ree, vos, das en middelgrote marterachtigen – laten ook in een sneeuwlaag van enkele centimeters dik toch een heel herkenbaar spoor achter.

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: vos, otter, sleepspoor otter

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: vos, otter, sleepspoor otter (Source: Annemarie van Diepenbeek en Hugh Jansman)

Patronen

Niet alleen de prent zelf, maar ook het spoorpatroon is belangrijk. Het spoorpatroon is de reeks van prenten, het patroon waarin de prenten ten opzichte van elkaar staan. Dit zegt iets over de wijze van voortbewegen en dat kan een clou vormen voor het vaststellen van de soort. Zo zal een kat – die ongeveer even grote prenten heeft als bijvoorbeeld een steenmarter – de poten heel anders neerzetten dan de steenmarter die zich met sprongen voortbeweegt. Ook een bosmuis beweegt zich vaak met kleine sprongetjes voort, terwijl een rosse woelmuis – met grofweg even grote prentjes – de vier pootjes beurtelings verzet en daardoor een heel ander spoorpatroon achterlaat. Maar het spoorpatroon zegt ook iets over de snelheid waarmee een dier zich heeft voortbewogen. Zo laat het spoorpatroon zien of een ree op de vlucht was voor naderende mensen of honden of dat het dier rustig lopend langs een bosrand foerageerde.

Tunnels

Een dun sneeuwlaagje verraadt ook de aanwezigheid van kleine dieren zoals muizen. Maar bij een laag van enkele centimeters dik maken deze soorten tunneltjes half in de sneeuw en half in de onderlaag. Zo onttrekt de sneeuwlaag ze aan het spiedend oog van torenvalk of uil. En zodra de sneeuw van bovenaf smelt, worden hun – vaak in prachtige, grillige patronen verlopende – looppaadjes zichtbaar.

In smeltende sneeuw kunnen sporen overigens verraderlijk zijn: door het uitsmelten worden de afmetingen groter, het spoor van een bunzing kan dan het formaat van dat van een steenmarter krijgen. Dat van een grote huiskat lijkt dan bedrieglijk veel op dat van een wilde kat. 

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: edelhert, ree, wild zwijn

Zoogdierprenten in de sneeuw: v.l.n.r.: edelhert, ree, wild zwijn (Source: Aaldrik Pot en Eric van Kaathoven)

De sneeuw is inmiddels op de meeste plekken alweer verdwenen, maar wie weet komt er deze winter nog een periode met sneeuw aan en kan je dit bericht er weer bij pakken!

Meld je aan voor het Internationale Sporen Symposium

Ben je nieuwsgierig geworden naar de wereld van diersporen? Meld je dan aan voor het online ‘International Tracking Symposium’ (ITS) dat wordt georganiseerd in het weekend van 18 & 19 februari 2023. Er zijn ruim twintig sprekers met net zoveel verschillende lezingen, variërend van insectensporen, vogelgeluiden, ’trailen’ (het volgen van een spoor), schedels herkennen, prooiresten van slechtvalk determineren, en nog veel meer. Alle informatie over het programma, de sprekers en de organisatie vind je hier. Aanmelden kan via deze link.

Tekst: Annemarie van Diepenbeek & Eveline van der Jagt, Zoogdiervereniging
Foto’s: René Nauta (leadfoto: zoogdierprenten in de sneeuw) Annemarie van Diepenbeek, Hugh Jansman, Aaldrik Pot, Eric van Kaathoven

Geplaatst op

Is boslandbouw de oplossing voor het Amazonegebied?


Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)

26-jan-2023De grootste oorzaak van ontbossing in het Amazonegebied is dat bos moet plaatsmaken voor landbouw. Bij boslandbouw gaan gewassen juist samen met bomen en dieren: een duurzaam alternatief? Een internationaal team onderzoekers geleid door Eiko Kuramae en Márcio Leite (NIOO-KNAW) zegt in het wetenschappelijk tijdschrift Global Change Biology dat ook de gevolgen voor de bodem moeten worden meegewogen.

Veel boeren in het Amazonegebied nemen hun toevlucht tot kappen en branden (‘slash & burn’). Door het vuur komen er voedingsstoffen vrij uit de vegetatie, en dat is goed voor de volgende oogst. Maar daarna is het land minder bruikbaar, en na een tijdje moeten de boeren op zoek naar een ander stuk regenwoud. Gevolg: enorme schade aan de natuur, minder productiviteit van het land en op den duur grotere armoede. Bij boslandbouw worden oogstgewassen gecombineerd met bomen en dieren, op hetzelfde stuk land. Daardoor kan de bovenste grondlaag sterker worden, terwijl organisch materiaal in de bodem behouden blijft en voedingsstoffen hergebruikt worden. Op papier zou je zo hetzelfde soort bomen en planten moeten krijgen als in natuurlijk bos, terwijl je toch kunt oogsten: een win-win situatie.

Schimmels versus bacteriën 

Márcio Leite, Eiko Kuramae en twee van hun studenten

Márcio Leite, Eiko Kuramae en twee van hun studenten (Source: Eiko Kuramae)

Veel van de ecosysteemdiensten die nodig zijn om voor herstel van het regenwoud te zorgen na jaren van ontbossing, zijn afhankelijk van micro-organismen in de bodem. En juist over de gevolgen van boslandbouw voor die micro-organismen is nog weinig bekend, schrijven Eiko Kuramae, Márcio Leite en hun collega’s. Uit hun onderzoek bleek dat de interacties tussen planten en de bodem bij boslandbouw totaal anders zijn dan bij natuurlijk regenwoud. De verhouding tussen enerzijds de bovengrondse planten en anderzijds de bodem met het bijbehorende ‘microbioom’, een verzamelnaam voor alle micro-organismen, bleek volledig opnieuw te zijn gevormd.

Een belangrijke rol daarbij speelden bacteriën: die namen sterk toe in aantal, terwijl de bodem in het Amazonegebied normaal gesproken vooral rijk is aan schimmels. Bacteriën reageren sneller op veranderingen in de bodem dan schimmels, en zijn minder afhankelijk van bovengrondse planten. Schimmels hebben juist een sterke band met de planten. Bij het laten teruggroeien van bos na kappen en branden duurt het opnieuw opbouwen van die band te lang om het oorspronkelijke microbioom van volwassen regenwoud te laten terugkeren. Maar bij boslandbouw is het verschil met het oorspronkelijke microbioom vele malen groter.

Veranderingen nodig

Márcio Leite neemt monsters van de bodem in het regenwoud

Márcio Leite neemt monsters van de bodem in het regenwoud (Source: Eiko Kuramae)

Het probleem met boslandbouw is volgens de onderzoekers dat de nadruk nog altijd ligt op een zo groot mogelijke productie. Daarvoor moeten de interacties tussen planten en de bodem positief zijn. Terwijl voor het vergroten van de veerkracht van het microbioom ook negatieve interacties een belangrijke rol spelen: het gaat vooral om de intensiteit ervan.

De onderzoekers wilden daarom met een richtlijn komen: aan welke voorwaarden moeten boslandbouwsystemen voldoen om volwassen regenwoud na te kunnen bootsen? Uit simulaties met modellen bleek dat daarvoor ingrijpende veranderingen nodig zijn. Zo ingrijpend, dat ze voor veel gangbare vormen van boslandbouw waarschijnlijk niet haalbaar zijn. Zo zou de totale hoeveelheid bovengrondse biomassa bestaand uit dode stammen en struiken bij sommige boslandbouwsystemen wel meer dan drie keer zo hoog moeten worden, en de hoeveelheid biomassa van kleine planten (dat wil zeggen minder dan tien centimeter doorsnee op borsthoogte) twee keer. Pas dan kan hetzelfde soort microbioom ontstaan als in natuurlijk regenwoud.

Duurzaam en eco-efficiënt

“Landbosbouwsystemen zijn zeker een waardevol alternatief voor kappen en branden”, benadrukken de onderzoekers in hun conclusie. “Uit eerdere studies bleek bijvoorbeeld al dat ze veel sneller koolstof terug kunnen winnen dan bos dat spontaan opnieuw is gegroeid.” Dat is positief. Maar voor succesvol herstel van het Amazongebied moet deze vorm van landbouw eerst nog ‘duurzamer en eco-efficiënter’ worden. Daarvoor kijken Kuramae en Leite naar de toekomst: om intensere interacties tussen planten en de micro-organismen in de bodem, in het bijzonder schimmels, te bevorderen, zijn volgens de onderzoekers nieuwe landbouwmethoden nodig. Die moeten eerst nog ontwikkeld worden.

Is agroforestry a suitable solution for the restoration of the Amazon forest? (Bron: Wiley)

Meer informatie

Tekst: NIOO-KNAW
Foto’s: Márcio Leite & Eiko Kuramae, NIOO-KNAW 
Video: Wiley

Geplaatst op

Wel meer hout gebruiken, niet méér kappen?


Staatsbosbeheer

25-jan-2023Duurzamer bouwen? Ja graag. Maar waar moet dat extra benodigde hout vandaan komen? Niet uit de bestaande bossen, maar misschien wel uit nieuw bos? Of importeren? Of inzetten op andere duurzame materialen? Een gesprek met Hanneke van Ormondt van Urgenda, Harwil de Jonge van bouwbedrijf Heijmans en Harrie Hekhuis van Staatsbosbeheer.

Nederland heeft meer huizen nodig, maar we moeten minder CO2 uitstoten. De productie van beton stoot heel veel CO2 uit, zo’n zeven procent van de wereldwijde uitstoot. Hout is een prima alternatief, het legt zelfs CO2 vast. Het gebruik van hout in de bouw neemt dan ook toe. De verwachting klinkt dat we aan de vooravond staan van nog veel grootschaliger houtgebruik. Maar waar moet al dat hout vandaan komen? Hierover spreken Hanneke van Ormondt van Urgenda, Harwil de Jonge, directeur bij Heijmans Vastgoed en Harrie Hekhuis, programma-direct Bos & Klimaat bij Staatsbosbeheer.

Niet meer hout uit de huidige bossen

Harrie: “Het mooie van bos is dat het verschillende functies tegelijk kan hebben. Op de eerste plaats is het natuurlijk de woonplaats van veel verschillende soorten planten en dieren en is het dus belangrijk voor de biodiversiteit. Daarnaast beleven veel Nederlanders er plezier aan door het bos te wandelen. Recreatie is een belangrijke functie. Ook kan bos hout leveren, een duurzaam geproduceerde en zichzelf vernieuwende grondstof waar veel behoefte aan is. Veel bossen kunnen alle drie die functies tegelijkertijd hebben.”

Van het bos waar Staatsbosbeheer eigenaar van is, is veertig procent natuurbos. Hiervan is biodiversiteit de belangrijkste functie. Recreatie kan ook in het merendeel van deze bossen. “We kappen hier bijvoorbeeld om bepaalde bomen en planten meer licht te geven, om de biodiversiteit dus te bevorderen. Bovendien laten we deze bomen vaak in het bos achter voor doodhoutontwikkeling. Want dat is ook goed voor de biodiversiteit,” zegt Harrie. “Natuurbossen leveren dus nauwelijks hout op.”

“De overige zestig procent van onze bossen bestaat uit zogenaamd multifunctioneel bos. Wij combineren hier de natuurfunctie, de recreatiefunctie en de houtfunctie. Dit zijn bossen, waar je een deel van het hout dat er groeit oogst en tegelijkertijd zorgt voor de biodiversiteit en de belevingskwaliteit. We kappen altijd minder dan de bijgroei en alleen daar waar het kan: de afgelopen jaren rond de 300.000 kuub, maar dit jaar en de komende jaren niet meer dan 200.000 kuub. Mede door de droogte en door calamiteiten als essentak- en fijnsparsterfte, kunnen we met behoud van de biodiversiteit nu niet méér kappen om in de houtbehoefte te voorzien. Het bos bepaalt wat er wel en niet kan.”

Jonge aanplant in een bos

Jonge aanplant in een bos (Source: Staatsbosbeheer)

Alleen natuurvolgend kappen

Hanneke is het er mee eens dat er zeker niet méér gekapt kan worden. “Ik denk dat we minder bomen moeten kappen. We verkeren in een urgente crisis, de klimaatverandering. En die crisis is nu. We hebben iedere boom nodig, om zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen. Ik begrijp natuurlijk dat kappen in bossen ook voor de biodiversiteit noodzaak is. Verjongen en uitdunnen is goed. Maar wij pleiten voor natuurvolgend kappen. Dat houdt in dat je kapt vanuit het standpunt van de natuur: alleen daar waar het goed is voor het bos. Tot voor kort werd er bij verjonging vaak twee hectare bos volledig kaal gemaakt om jonge bomen te planten Dat is nergens voor nodig. En met al dat zwaar materieel maak je ook nog eens de bodem volledig kapot. Dat is nu teruggebracht tot maximaal een halve hectare. Beter, maar nog steeds te veel. Als je natuurvolgend kapt, haal je hier en daar een boom weg en voorkom je kale vlaktes. Natuurlijk zijn overgangen in de natuur ook goed voor de biodiversiteit en daar kunnen kale vlaktes aan bijdragen, maar daarvoor hoeven ze niet een halve hectare groot te zijn.”

Hanneke vervolgt: “Maar als ik het over minder kappen heb, heb ik het niet alleen over de bossen. Ook de bomen buiten de bossen moeten we veel vaker laten staan. Nu komt het voor dat als een auto tegen een boom langs een weg botst, de hele rij bomen wordt gekapt. Voor de veiligheid, is dan het argument. Ik denk dat het nu tijd is om naar de veiligheid van de volgende generaties te denken. Als je die als uitgangspunt neemt, laat je zoveel mogelijk bomen staan.” Daarom is Urgenda ook weer de actie Meer bomen nu! gestart, waarbij ze bomen en struiken die op de ene plek moeten verdwijnen, weggeven om elders te planten.

Niet alleen CO2 opslaan, ook minder uitstoten

Hoewel Harwil graag meer hout in de bouw wil gebruiken, ziet ook hij in dat kap niet ten koste mag gaan van de biodiversiteit. “Als we het over het milieu hebben zijn er drie ontwikkelingen belangrijk: het tegengaan van de opwarming van de aarde, ons zoveel mogelijk aanpassen aan klimaatverandering en de biodiversiteitsteruggang stoppen. In onze projecten willen wij alle drie die ontwikkelingen een plek geven. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten we zo min mogelijk CO2 uitstoten en zoveel mogelijk CO2 opslaan. Die twee kunnen we niet los van elkaar zien. Voor een lagere CO2-uitstoot richten we ons in de bouw in eerste instantie op een goede isolatie, zodat er minder energie voor verwarmen nodig is. Ook kijken we naar de manier waarop de benodigde energie is opgewekt. Tegenwoordig kijken we ook meer naar de CO2-uitstoot die de productie van onze materialen veroorzaakt. Vooral bij beton is dat heel veel. Met gebruik van biobased materiaal, zoals hout, zorg je er niet alleen voor dat de daarin opgeslagen CO2 niet vrijkomt, het voorkomt ook de CO2-uitstoot van de betonproductie. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, kan het helpen om biobased materialen toe te passen die CO2 hebben opgeslagen en op die manier leiden tot een CO2opslag in de woning. Tegelijkertijd willen we CO2 blijven opnemen door het terugplanten van onder andere nieuwe bomen. Nooit kappen zonder nieuwe bomen te planten.”

Hanneke gelooft niet zo in die compensatie. “Natuurlijk ben ik voorstander van veel nieuwe bomen planten. Maar niet als argument om oudere bomen te kappen. Je haalt dan grote oude bomen weg en er komen enkele sprietjes voor terug. Het duurt decennia voordat die net zoveel CO2 vastleggen.”

Het gebruik van hout in de bouw neemt toe. Maar waar moet dat hout vandaan komen?

Het gebruik van hout in de bouw neemt toe. Maar waar moet dat hout vandaan komen? (Source: Walter Frisart)

Hout van eigen bodem

Veel van het extra benodigde hout in de bouw zal dus niet uit de bestaande bossen komen. Waar moet het dan vandaan komen? Harrie en Harwil vinden het belangrijk dat hout zoveel mogelijk van eigen bodem komt. Harrie: “Tot nu toe geldt dat voor ongeveer tien procent van het benodigde hout. Ik vind dat we ook een eigen verantwoordelijkheid hebben om deels zelfvoorzienend te zijn voor zover dat duurzaam kan. Daar moeten we een bijdrage aan leveren. We kunnen niet alles aan anderen overlaten; aan het klimaatvraagstuk en een circulaire samenleving moeten we allemaal onze bijdrage leveren.” Harwil is dat met hem eens. “We hebben de afgelopen tijd, met corona en de oorlog in Oekraïne, ervaren welke gevolgen het kan hebben als je grondstoffen van ver moet halen. Daar schrik je van. Dichter bij huis is altijd goed. Maar ik ben natuurlijk realistisch. We gaan nooit alles uit eigen bossen halen.”

Meer bos

Meer bos in Nederland is een oplossing. In de nationale bossenstrategie is afgesproken dat Nederland 37.000 hectare meer bos heeft in 2030. Staatsbosbeheer neemt daarvan 5.000 hectare voor zijn rekening. “Onze inzet is: meer bos en gezonder bos,” aldus Harrie. Ook agroforestry is het overwegen waard. Hanneke: “Nu wordt 68 procent van ons land gebruikt voor het kweken van veevoer. Daar kan je veel slimmer mee omgaan. Bijvoorbeeld door agroforestry. Bomen planten voor hout is prima. Maar het duurt wel dertig jaar voordat je er iets aan hebt. Die tijd hebben we niet. Scandinavische landen hebben veel verder vooruitgedacht, en decennia geleden al besloten dat meer bos nodig is. Wij beginnen daar nu pas voorzichtig over na te denken.”

Meer bomen hoeft niet automatisch meer bos te zijn, zegt Harwil. “Staatsbosbeheer en wij komen elkaar ook tegen in de gedachte dat woningen en meer bomen prima samengaan. Bomen in bebouwd gebied bieden diverse ecosysteemdiensten als koeling, zuurstof, opname van fijnstof en bevordering van de biodiversiteit. Wij denken aan meer bomen rondom woningen, meer bomen in stedelijk gebied.

Meer bos in Nederland is nodig. In de nationale bossenstrategie is afgesproken dat Nederland 37.000 meer bos heeft in 2030

Meer bos in Nederland is nodig. In de nationale bossenstrategie is afgesproken dat Nederland 37.000 meer bos heeft in 2030 (Source: Staatsbosbeheer)

Hergebruik van hout

Harrie pleit ervoor meer in te zetten op het hergebruik van hout. “Een balk die vijftig jaar in een huis heeft gezeten, kan na een verbouwing prima bijgeschaafd worden en nog vijftig jaar meegaan. Daarna is hij goed te versnipperen om spaanplaat van te maken, die weer vijftig jaar meegaat. Nu verdwijnt zo’n balk vaak na de eerste vijftig jaar in de kachel.”
Uiteraard staan de anderen daar achter, maar Harwil ziet geen toepassing op grote schaal voor zich. “De meeste gebouwen die nu gesloopt worden, zijn kantoorgebouwen en betonnen flats en daar zit nauwelijks hout in. Initiatieven om hout uit sloop te hergebruiken, redden het om die reden vaak niet. Want vergis je niet, voor één huis heb je ongeveer tachtig bomen nodig.”

Meer hout importeren

Extra hout importeren dan maar? “Als we duurzamer, flexibeler en minder arbeidsintensief willen bouwen met hout, komt het daar voorlopig wel op neer,” stelt Harwil. Voor Urgenda is dat geen optie. “Natuurlijk zijn wij voorstander van duurzaam bouwen, maar niet ten koste van bomen. Voor het klimaat maakt het niet uit of die bomen nu in Nederland, in Duitsland of in Scandinavië staan. Het gaat erom dat er wereldwijd zoveel mogelijk bomen staan om zoveel mogelijk CO2 op te slaan. Laten we eerst het hout dat we nu al importeren om als biomassa te verbranden, zinvoller inzetten en in de bouw gebruiken.”

Harwil brengt daar tegenin dat de import voor biomassa om resthout gaat. “Daar kan je geen planken van zagen. Wel zijn er verschillende initiatieven om van dat resthout, houtpulp te maken dat prima te gebruiken is als isolatiemateriaal. Dan blijft de CO2 wel opgeslagen.”

Niet alleen naar hout kijken

Hanneke geeft aan dat we met duurzaam bouwen niet alleen naar hout moeten kijken. “We zouden boeren ook kunnen stimuleren hennep te telen. Van hennepvezels is prima bouwmateriaal te maken waar je geen dertig jaar op hoeft te wachten. Het is dus gemakkelijker om een boterham mee te verdienen dan met agroforestry.”

Harwil vindt dat ook. “De landbouw heeft een transitie naar andere gewassen nodig. Hennep of lisdodde zijn goede voorbeelden. Hennep heeft een korte groeitijd, slaat snel CO2 op, zorgt voor een rijke bodem die goed is voor de biodiversiteit en is prima in de bouw te gebruiken. Sommige boeren zijn daartoe overgestapt, maar dat is nog op heel kleine schaal. Wel is hiervoor nodig dat CO2-besparing en CO2-opslag meegenomen worden in de kosten van materiaal. Bouwen met primaire grondstoffen zou duurder moeten zijn dan bouwen met biobased materiaal. Zo ver zijn we helaas nog niet.”
Ook Staatsbosbeheer stimuleert innovaties met biobased materiaal. Harrie: “We werken bijvoorbeeld – met onder meer Natuurmonumenten – aan een innovatie waarbij van houtsnippers en maaisel van gras en riet isolatieplaten worden gemaakt.”

Duurzamer bouwen, daar staan alle drie volmondig achter. Ook het feit dat veel van het extra gewenste hout voor de bouw niet uit de bestaande bossen kan komen, is geen discussiepunt. Meer bos in Nederland is hard nodig, maar niet direct een antwoord op de grotere houtbehoefte. Over het importeren van hout voor duurzame bouw lopen de meningen uiteen. Maar een grotere inzet op een hoogwaardige toepassing van verschillende biogrondstoffen staat voor zowel Staatsbosbeheer, als Urgenda en Heijmans als een paal boven water.

Zevende bosinventarisatie

Hoeveel bos er in Nederland is en hoe gezond dat bos is, wordt iedere vier jaar onderzocht in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Vorig jaar waren de resultaten van de laatste inventarisatie. De belangrijkste resultaten: de hoeveelheid bos is in de periode 2017-2021 iets afgenomen, maar het is wel gevarieerder en er zijn meer loofbomen dan naaldbomen. Lees hier meer over de resultaten.

Tekst: Staatsbosbeheer
Foto’s: Walter Frisart en Staatsbosbeheer

Geplaatst op

Het Gewoon Donsvoetje als hoofdpijnsoort?


Nederlandse Mycologische Vereniging

25-jan-2023Te veel regen en nachtvorst, zoals we dat de afgelopen weken hebben meegemaakt, is voor het verschijnen van veel soorten paddenstoelen niet zo gunstig. Het Gewoon Donsvoetje kan nog wel in redelijke staat worden aangetroffen. Deze soort en het Winterdonsvoetje kunnen in januari nog gevonden worden, maar deze soorten uit elkaar houden is nog niet zo makkelijk.

Donsvoetjes (Tubaria) zijn algemeen voorkomende saprotrofe paddenstoeltjes die je kunt aantreffen in parken en plantsoenen, in loofbossen (zelden in naaldbossen), struwelen, wegbermen en tuinen. Ze worden vooral gevonden op houtsnippers, gevolgd door takjes, twijgen, schorssnippers, minder vaak op dood gras en humus. Vooral op de favoriete houtsnippers kunnen grote groepen van deze paddenstoelen worden gevonden. 

Het Gewoon donsvoetje behoort tot een groep van elf soorten. Nog niet zo lang geleden werden er nog dertien soorten donsvoetjes onderscheiden. De oorzaak van deze afname komt omdat soorten een andere status hebben kregen, ondersteund door modern genetisch onderzoek. 

Gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea var. furfuracea)

Gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea var. furfuracea) (Source: Piet Brouwer)

Hoofdpijnsoorten

De grootste twee soorten onder de donsvoetjes zijn het Gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea v.furfuracea) en het Winterdonsvoetje (Tubaria furfuracea v. hiemalis). Dat zijn ook ook de twee meest algemene soorten. Het oranjebruine en bij vocht roodbruine Gewoon donsvoetje heeft een hoedbreedte van een tot vier centimeter. De hoed is bij jonge exemplaren half kogelvormig, later vlak tot ingedrukt. Het oppervlak is mat tot glad, hygrofaan en fijn radiaal gestreept, vaak met wittige vlekken. De steel is cilindrisch, vol en okerbruin. In lengterichting is de steel enigszins fijn wit gestreept en aan de voet opvallend donzig witviltig. Aan dit donzige voetje heeft het genus zijn Nederlandse naam te danken. Beide variëteiten donsvoetjes kunnen tot in januari worden waargenomen. 

Winterdonsvoetje (Tubaria furfuracea var. hiemalis)

Winterdonsvoetje (Tubaria furfuracea var. hiemalis) (Source: Piet Brouwer)

Het onderscheid tussen deze twee donsvoetjes heeft menig mycoloog hoofdpijn bezorgd. Het Winterdonsvoetje wordt tegenwoordig tot een variëteit gerekend van het Gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea var. hiemalis). Het verschil tussen beide variëteiten is van microscopische aard. Op de lamelrand heeft het Winterdonsvoetje knotsvormige cystiden zitten die tot wel twaalf micrometer dik kunnen zijn. Het Gewoon donsvoetje bezit veel slankere en meer cilindrische cystiden. Ze kunnen in het veld niet met zekerheid van elkaar worden onderscheiden, dus zit er niets anders op dan ze microscopisch te controleren. Ooit werd er nog een andere soort onderscheiden: het Velddonsvoetje (Tubaria romagnesiana). Maar deze is geheel opgegaan in het Gewoon donsvoetje en wordt als zodanig niet als variëteit onderscheiden.

Als waarnemingen van de variëteit Winterdonsvoetje worden doorgegeven, moet er dus microscopisch onderzoek hebben plaatsgevonden. Als dat achterwege blijft dan kan de waarneming nog met de term ‘Sensu Lato’ of kortweg ‘sl’ worden doorgegeven, wat betekent: ‘in wijde zin’. Het is opvallend hoe weinig een algemeen voorkomende variëteit als het Winterdonsvoetje wordt doorgegeven, hoogstwaarschijnlijk komt dat toch omdat microscopisch onderzoek meestal achterwege blijft.

Winterdonsvoetje (Tubaria furfuracea var. hiemalis)

Winterdonsvoetje (Tubaria furfuracea var. hiemalis) (Source: Piet Brouwer)

Tekst: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging
Foto’s: Piet Brouwer

Geplaatst op

De Groene Karavaan in het Vechtdal: twee weken lang groene activiteiten


Provincie Overijssel

25-jan-2023Het duurt nog maar heel even en dan trekken we met de Groene Karavaan door het Vechtdal.
Twee weken lang groene activiteiten in het Vechtdal!

We trappen af met het Boomfestival op 28 januari op natuurkampeerterrein de Klashorst in Hardenberg. Workshops, bomen planten, muziek en lekker eten, je wilt deze dag zeker niet missen! De twee weken erna worden er talloze natuuractiviteiten in de regio georganiseerd. Wandel mee met onze verschillende winterwandelingen, laat je inspireren door onze natuurworkshops voor jong en oud en denk mee over een nóg groener Vechtdal.

Wandel mee!

Wandel mee! (Source: Provincie Overijssel)

Langs bulten en bomen met Wim Eikelboom

“Op landgoed De Groote Scheere tussen Gramsbergen en Coevorden staan misschien wel de mooiste eikenbomen van Nederland,” stelt Wim Eikelboom vast.

Ga met hem mee op wandeltocht tijdens de Groene Karavaan en ontdek hoe natuur en cultuurhistorie zich hier met elkaar verbinden. De wandeltocht is op zondagmiddag 29 januari en duurt van 14:15 tot ongeveer 16:00. Wim Eikelboom organiseert tijdens de Groene Karavaan ook een wandeling over Landgoed Vilsteren op 5 februari. Mail om je aan te melden naar [email protected]

Meer informatie

Tekst en afbeeldingen: Provincie Overijssel

Geplaatst op

Meer natuur én meer landbouw: het kan in de provincie Utrecht


Provincie Utrecht

25-jan-2023Nieuwe natuur ontwikkelen en tegelijkertijd meer ruimte voor landbouw creëren: Landgoed De Boom in Leusden bewijst dat het kan. Dankzij een goede samenwerking tussen de provincie Utrecht en het landgoed komt daar de komende jaren 68 hectare natuur bij én worden de huiskavels van agrarische bedrijven vergroot.

Landgoed De Boom in Leusden is bijna 1200 hectare groot. Behalve een aantal bijzondere natuurgebieden bezit het landgoed ook veel agrarische gronden. Een deel van De Boom ligt in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en vormt een belangrijke schakel in de natuurverbinding van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe.

Toekomstbestendig landelijk gebied

De gronden van Landgoed De Boom liggen soms ver uit elkaar, waardoor natuur- en landbouwgronden niet altijd op elkaar aansluiten. Om de biodiversiteit te vergroten is het juist van belang dat de gronden niet onderbroken worden, maar samen een groot, aaneengesloten gebied vormen. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben de provincie en het landgoed de koppen bij elkaar gestoken en samen gekeken wat de mogelijkheden zijn. Al snel bleek dat er meer natuur gerealiseerd kan worden als de NNN-grenzen op sommige plekken gewijzigd worden. En dat dan tegelijkertijd de (huis)kavels van boeren op het landgoed vergroot kunnen worden. Een win-winsituatie: de biodiversiteit wordt vergroot en de agrariërs kunnen verder verduurzamen en extensiveren. Het resultaat is een toekomstbestendig landelijk gebied.

Gedeputeerde Mirjam Sterk (natuur en landbouw): “Dit soort projecten gaan niet over één nacht ijs, maar vergen veel tijd en inspanning, omdat je met veel partijen te maken hebt. Maar het resultaat mag er absoluut zijn. We realiseren nieuwe natuur, maar houden ook tevreden boeren over. Wat mij betreft een heel mooi voorbeeld voor de rest van de provincie.”

Rentmeester Handert Scheffer: “Door de samenwerking met de provincie hebben we de natuur op de juiste plek weten te krijgen en kunnen we het NNN daar voltooien, neemt de ecologische diversiteit toe en versterken wij de landbouwbedrijven die blijven. Fenomenaal!”

Natuur en landbouw op Landgoed De Boom (Bron: Provincie Utrecht)

Met het uiteindelijke plan wordt het NNN op het landgoed verder uitgebreid met 68 hectare, worden kavels van boeren en de biodiversiteit vergroot, de natuurverbinding tussen de Heuvelrug en de Vallei versterkt en wordt 4,7 hectare aan landschapselementen aangelegd en teruggebracht.

Agenda Vitaal Platteland

Het project maakt onderdeel uit van het programma Agenda Vitaal Platteland van de provincie Utrecht. Dit programma voert voor de provincie maatregelen uit die het platteland krachtig, aantrekkelijk, economisch en sociaal sterk moeten houden. Dit doen we onder andere door met de gebiedspartners samen te werken aan het landelijke gebied. Lees meer over de Agenda Vitaal Platteland van provincie Utrecht.

Tekst, foto en video: Provincie Utrecht

Geplaatst op

De Nationale Tuinvogeltelling komt er weer aan


Vogelbescherming Nederland

24-jan-2023Komend weekend is het weer zo ver: de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland. Dankzij de tellers heeft Vogelbescherming de afgelopen decennia een beter beeld van de vogels in de winter in de tuinen gekregen. En dat draagt weer bij aan het beschermen van de tuinvogels. Ook meedoen? Kijk dan op tuinvogeltelling.nl

Meedoen met de Nationale Tuinvogeltelling is heel simpel: tel een half uurtje de vogels in de tuin of op het balkon komende vrijdag, zaterdag of zondag en meld de resultaten op tuinvogeltelling.nl. De webapp Mijntuinvogeltelling.nl is een handige hulp bij het herkennen van de vogels. Met een foto of een vragenlijst helpt de app met het benoemen van de soorten. Via deze app kunnen in het telweekend ook direct de resultaten worden doorgegeven.  

Roodborst

Roodborst (Source: Hans Dekker)

20 jaar Tuinvogeltelling

Dit jaar bestaat de Tuinvogeltelling 20 jaar. Gedurende die jaren is de telling uitgegroeid tot het grootste citizen science-project van Nederland. Afgelopen jaar deden maar liefst 170.000 mensen mee, een jaar eerder tijdens de lockdown zelfs 200.000. De Nationale Tuinvogeltelling is daarmee een begrip geworden. En de telling is daardoor afgelopen maand opgenomen in het Netwerk Immaterieel Erfgoed van Nederland.

Grote bonte specht

Grote bonte specht (Source: Mark Zekhuis)

Resultaten door de jaren heen

De resultaten van die tellingen leveren een aardig inkijkje op hoe het met de vogels in onze tuinen gaat in de winter. Zo zien we de halsbandparkiet oprukken van de stadsparken in Den Haag en Amsterdam richting het oosten van het land. Dat het slechter gaat met de merels, zien we ook terug in de telling: het aantal per tuin daalde van gemiddeld bijna vier naar twee. Ook zijn de weersomstandigheden terug te zien in de telling. Hoe kouder het weer, hoe meer spechten en roofvogels gezien worden.  

Merel

Merel (Source: Mark Zekhuis)

Doe mee! 

Ook mee doen? Prik voor jezelf een momentje van 30 minuten komende vrijdag 27, zaterdag 28 of zondag 29 januari. Tel de vogels en geef de resultaten door via tuinvogeltelling.nl. Op zondagavond maakt Vogelbescherming de top 10 bekend.

Tekst: Vogelbescherming Nederland
Foto’s: Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland (leadfoto: heggenmus); Hans Dekker, Saxifraga; Mark Zekhuis, Saxifraga