Lantaarntje van grote lantaarnspin

Natuurjournaal 11 november

Lantaarntjes en lichtjes in de natuur

Vandaag, met Sint Maarten, gaan kinderen langs de deuren met lampionnen. Ook in de natuur is een lampionnetje te vinden: het lantaarntje gemaakt door de grote lantaarnspin. In het Engels en Duits heeft het een sprookjesachtige naam: feeënlampje. In de zomer spint het zwangere vrouwtje zo’n helderwitte cocon. Binnenin zijn er twee kamers, en in een daarvan legt ze haar eitjes. Zo’n wit lantaarntje valt nogal op natuurlijk, en daarom camoufleert ze het snel met zandkorrels. Op dit moment zijn de kleine spinnetjes al uitgekomen, een paar keer verveld in het tweede kamertje in het lantaarntje en er daarna uit gekropen. De feeënlampjes vind je dus niet met Sint Maarten.

Larve van grote glimworm
De larve van de grote glimworm is een slakkenverslinder (Bron: Pieter van Breugel)

De lichtjesoptocht van de natuur valt ook niet in de herfst, maar op zomeravonden in juni en juli. In de schemering kun je dan de kleine lichtjes van vuurvliegjes zien. Ze zijn niet meer zo algemeen, maar komen nog voor in Limburg en rond de Veluwe. Verwarrend genoeg zijn het geen vliegen, maar kevers. De vrouwtjes hebben echter geen vleugels, maar wel een dik, langgerekt lichaam. Daaraan hebben ze hun naam te danken: grote glimworm. Het vrouwtje is ook degene die het meeste licht geeft, om de vliegende mannetjeskevers te lokken. Na de voortplanting en het leggen van de eitjes sterven de volwassen glimwormen. Het grootste deel van hun leven brengen ze door als larve, die op slakken jaagt. Zodra er in de winter niks meer te eten is, verstoppen ze zich op de grond, onder stenen, bladeren of boomstammen. Ze vouwen hun lange lichaam op als een harmonica, en wachten op het voorjaar.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Aleksandrs Balodis, Wikimedia Commons; Pieter van Breugel, Saxifraga