Appelvink

Natuurjournaal 11 oktober

Appelvinken en grote gele kwikstaarten op doortrek uit het oosten

Het rustige weer van deze dagen, met weinig wind, is ideaal voor veel trekvogels. Afgelopen weekend zagen trektellers ontzettend veel doortrekkende zangvogels. Er werden op zondag bijvoorbeeld ruim 170.000 vinken geteld. Ook de appelvink is nu op de piek van de doortrek – maar wel in veel bescheidener aantallen. De appelvink is de grootste van onze vinken en heeft een opvallend grote snavel. Daarmee kraken ze moeiteloos kersenpitten! Doe het ze maar eens na… Nu eten ze veel zaden, vooral de helikopterzaden van esdoorns. Appelvinken die hier broeden, blijven hier ook overwinteren. Ze trekken pas naar het zuiden als het een koude winter wordt. De doortrekkende appelvinken komen uit broedgebieden ten oosten van Nederland.

Grote gele kwikstaart
Grote gele kwikstaart in winterkleed (Bron: Bart Vastenhouw)

Ook grote gele kwikstaarten uit Duitsland en Zuid-Scandinavië trekken nu in kleine aantallen door Nederland. De naam zegt het al: de grote gele kwikstaart is een slag groter dan de gele kwikstaart. De grijze bovenkant en zwarte vleugels tekenen mooi af tegen de gele onderkant. Bij de vrouwtjes is de borst wit, eerstejaars vogels herken je nu aan de beige borst. Grote gele kwikstaarten broeden het liefst aan snelstromende beken en rivieren met veel rotsblokken. In Nederland kom je ze dan ook vooral tegen bij beken in het oosten van het land. ’s Winters zijn ze alleen nog in Zuid-Limburg te vinden.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s:  Luuk Vermeer, Saxifraga; Bart Vastenhouw, Saxifraga