kieviten

Natuurjournaal 12 oktober

Veel kieviten te zien en lachende kolganzen

Op weilanden en akkers zie je nu grote groepen kieviten. In Nederland is ‘onze’ weidevogel een standvogel: kieviten kan je hier het hele jaar vinden. Ten noorden en oosten van ons land komt de kievit alleen in de lente en zomer voor, als broedvogel. Die trekken hier nu ook door, en de komende maand is het aantal kieviten in Nederland het grootst van het jaar. Er kunnen dan wel een miljoen kieviten zijn! Helaas worden de aantallen steeds kleiner, en als broedvogel gaat de kievit in Nederland hard achteruit. Sommige kieviten trekken helemaal verder naar het zuiden, tot in Noord-Afrika. Andere blijven hier. Wel trekken ze in de loop van de winter met de vorstgrens mee. Bij kou schuiven ze op naar Engeland en Frankrijk, bij zacht weer zijn ze hier de hele winter te vinden.

Kolganzen
Kolganzen in vlucht (Bron: Henk Baptist)

Ook een andere wintergast is nu in de weilanden te zien: de kolgans. Uit de broedgebieden in Siberië en Noordwest-Rusland zijn ze hier de afgelopen twee weken massaal aangekomen. Bijna alle kolganzen overwinteren in Nederland: dit is tachtig procent van de wereldpopulatie. Kolganzen onderscheid je van andere ‘grijsbruine ganzen’ door de witte kol rond de snavel. Bles zou misschien een beter woord zijn; in het Duits heten ze Blessgans. Ook hebben ze zwarte vlekken op de buik en oranje poten. De Franse naam helpt je met nog een goed kenmerk. De Oie rieuse, de lachende gans, heeft een melodieuze en minder rauwe ‘gak’ dan andere ganzen.

Luister hier naar de lachende kolgans (Bron: Susanne Kuijpers).

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Jan Nijendijk, Saxifraga; Henk Baptist, Saxifraga
Geluid: Susanne Kuijpers, Xeno-canto