Natuurjournaal 13 november

Let op kleine geweien en springerige winterkoning

Edelherten en damherten zijn nu getooid met indrukwekkende geweien. Die kun je op niet zo veel plekken zien. Maar bij iedereen in de buurt zijn wel op dood hout kleine geweien te vinden. Het is de geweizwam. Deze paddenstoel groeit op dood loofbomenhout, vaak op boomstronken. De platte, zwarte steel loopt uit in een paar punten. Die zijn bedekt met een wit poeder: de sporen. Later kleuren de sporen zwart. Vaak zie je geweizwammetjes in groepjes bij elkaar staan, in het mos dat op een dode boomstronk groeit.

Winterkoning (Bron: Luuk Vermeer)

Springerig en snel bewegen winterkoningen zich door de struiken. De kleine vogeltjes zitten vaak laag bij de grond. Verder herken je ze aan de opgewipte, korte staart en luide roep. Tsjek-tsjek-tsjek of een snelle triller, ze kunnen verbazingwekkend veel geluid maken voor hun kleine postuur! De winterkoning eet allerlei kleine beestjes en zaadjes, die hij met z’n dunne snavel uit hun schuilplaatsen kan peuteren. De koning van de winter zijn ze niet: omdat ze zo klein zijn en veel insecten eten, zijn ze niet goed opgewassen tegen koude winters. In strenge winters met veel sneeuw kan de populatie instorten, maar dat is al een tijd niet meer gebeurd.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Luuk Vermeer, Saxifraga