harig wilgenroosje

Natuurjournaal 18 augustus

Harig wilgenroosje vol pluis en flitsende blauwvleugelsprinkhaan

Op dit moment is harig wilgenroosje grotendeels uitgebloeid en zitten de hoge planten al vol met het pluizige zaad. Elk zaadje heeft een pluimpje van lichte haren, dat haarkuif wordt genoemd. De zaden zitten samen in een dunne doosvrucht, een soort peul. Als die open splijt worden de haren uit elkaar getrokken en de haarkuiven – met zaadjes – worden meegenomen door de wind. Harig wilgenroosje zie je veel langs sloten staan. De naam komt trouwens niet van die haarkuiven; de stengels en bladeren zijn behaard.

Blauwvleugelsprinkhaan
Blauwvleugelsprinkhaan (Bron: Jaap Bouwman)

Wanneer je hem ziet zitten, zou je niet kunnen raden dat deze sprinkhaan knalblauwe vleugels en poten heeft. Als je hem al ziet zitten, want de blauwvleugelsprinkhaan is een meester in de camouflage. Het lijkt wel of hij uit zandkorrels bestaat. Deze sprinkhaan is dan ook alleen te vinden in droge, open gebieden zonder veel begroeiing. In Nederland zijn dat de duinen, zandverstuivingen en heidegebieden en droge kalkgronden. Als je daar loopt, kunnen ze voor je uit wegspringen en dan zie je de blauwe vleugels flitsen.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Wikimedia Commons; Jaap Bouwman, Saxifraga