Natuurjournaal 18 juni

Vuurjuffers overal te zien en zoek rupsen van elzenhaantje

Overal waar water van goede kwaliteit is, kan je libellen tegenkomen. Een van de in het oog springende soorten is de vuurjuffer. Afgezien van wat zwarte vlekken, is vooral het mannetje helemaal rood: het achterlijf, een deel van de romp en zelfs de ogen! Het vrouwtje is makkelijk te herkennen, ook zij heeft veel rood aan het achterlijf, maar met gele bandjes eromheen. Op de romp loopt een gele streep en ze heeft donkergele ogen. Vuurjuffers leggen hun eieren in de stelen van waterplanten. Welke precies maakt ze niet zoveel uit. Het vrouwtje boort gaatjes in de stengel en legt in ieder gaatje een ei. Vuurjuffers kan je nu zo’n beetje overal in Nederland bij water aantreffen.

Larven elzenhaantje (Bron: Mike Hirschler)

Haantjes heten ze, een grote groep felgekleurde kleine kevers met glimmende schilden. Een daarvan is het elzenhaantje, dat blauwzwarte schilden heeft. Je kan ze nu vinden in zwarte elzen en soms in andere boomsoorten als populier en wilg. Wat daar in dit jaargetijde ook bij hoort zijn de larven van deze haantjes. Ze zijn glimmend zwart en klein, iets meer dan een halve centimeter. Misschien zie je in eerste instantie de larfjes zelf niet eens. Wat wel op zal vallen is dat er aan zwarte elzen bladeren zitten waarin hier en daar groen ontbreekt. Daar hebben ze het bladmoes weggegeten. Als ze volgroeid zijn, verpoppen ze in de grond tussen de plantenresten en overwinteren daar als kever.

Tekst en foto’s: Mike Hirschler, IVN