Natuurjournaal 18 juni

Slanke ogentroost begint met bloeien en tweede leg ringmus vliegt uit

De bloeitijd van de slanke ogentroost is begonnen. Dit kleine plantje is een zeer zeldzame verschijning in Nederland: sinds 1990 is de soort maar op zes plaatsen in het land waargenomen. Slanke ogentroost heeft een stengel van 10 tot 25 centimeter lang, waar nu een kleine lila bloem aan verschijnt. Net als andere planten uit dezelfde familie is de soort een halfparasiet: de wortels halen water en voedingsstoffen uit andere planten, maar de plant kan zelf fotosynthese uitvoeren. De bloem is doorkruist met gekleurde aders, die aan het menselijk oog doen denken. Ogentroost dankt hier haar naam aan: vroeger dachten mensen dat oogkwalen met deze plant genezen konden worden.

Slanke ogentroost (Bron: Peter Meininger, Saxifraga)

Na vijftien tot twintig dagen op het nest gezeten te hebben, is het tweede nest jongen van de ringmus uitgevlogen. De jongen worden nog wel gevoerd door hun ouders. Ze eten met name graan en insecten, dus het is niet verwonderlijk dat de ringmus vooral een vogel van boerenland en dorpjes is. Deze mus lijkt sterk op de bekende huismus, maar als je goed kijkt, zal je zien dat ze wel degelijk verschillen. De ringmus is te herkennen aan een donkere vlek op de wang. Hier zit de grijze ring waar de mus zijn naam aan dankt omheen. Ook heeft hij een roodbruine kop. Kijk op het platteland eens extra goed naar mussen: er zou zomaar een ringmus bij kunnen zitten.

De kenmerkende zwarte vlek onderscheidt de ringmus van de huismus (Bron: Mark Zekhuis, Saxifraga)