Natuurjournaal 2 januari

Enkele ijseenden en veel kuifeenden te zien

De naam van de ijseend doet het al vermoeden: deze soort voelt zich thuis in het Arctisch gebied. Broeden doet deze eend boven de poolcirkel, maar als al het water in de winter dichtvriest, trekt de ijseend naar het zuiden. Het grootste deel van de ijseenden overwintert op de Oostzee, maar ook voor de Nederlandse kust zijn hier en daar ijseenden te vinden. Onder water zoeken ze naar voedsel, waarbij ze soms wel tien meter diep kunnen duiken. Het mannetje is te herkennen aan zijn opvallende lange staart. Mannetjes en vrouwtjes hebben allebei een witte kop met een donkere vlek. Hun hoge voorhoofd en relatief kleine snavel geeft deze eend een schattig uiterlijk.

Kuifeenden in een wak op het Veluwemeer (Bron: Jan Nijendijk)

In tegenstelling tot de ijseend is de kuifeend wel een algemene eend in Nederland. Overal in het land kun je deze bekende zwart-witte eend tegenkomen. Maar wist je dat de kuifeenden die je in de winter ziet, niet dezelfde zijn als de kuifeenden in de zomer? Nederlandse broedvogels trekken weg, om in Zuid-Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk te overwinteren. Dat valt eigenlijk niet op, want rond dezelfde tijd komen er veel kuifeenden uit Centraal- en Noord-Europa naar Nederland gevlogen. Zij overwinteren hier, en zijn soms in grote groepen te vinden. Rond maart trekken ‘onze’ kuifeenden het land weer in. Rond die tijd verlaten de overwinteraars Nederland weer om ergens anders te gaan broeden. Zo zijn er jaarrond kuifeenden te vinden.

Tekst: Marjolein Mooij, NatureToday.nl
Foto’s: Bart Vastenhouw, Saxifraga; Jan Nijendijk, Saxifraga