Zilvermeeuw

Natuurjournaal 20 november

Zilvermeeuw en zandtulpje aan zee

De zilvermeeuw is ‘s zomers een echte kustbewoner. Daar broeden ze, in duinen en op kiezeldaken. In de buurt van het nest zoeken ze naar voedsel – van krabbetjes tot een haring of ijsje dat ze zo uit je handen grissen. In de herfst en de winter zijn ze ook meer in het binnenland te vinden, maar ook dan vooral in het westen en noorden van Nederland. Op de hoge, droge zandgronden hebben ze niks te zoeken. Zilvermeeuwen herken je aan het forse formaat – een stuk groter dan kokmeeuwtjes – en natuurlijk de zilvergrijze vleugels. Die heeft de stormmeeuw ook, dus let op de roze poten en gele ogen van de zilvermeeuw. Bovendien heeft de zilvermeeuw in winterkleed grijze strepen op de kop.

Zandtulpje
Zandtulpje (Bron: Willy Jansen)

Je zou het niet zeggen, maar paddenstoelen groeien echt overal. In dit jaargetijde moet je dan ook niet alleen in de bossen zijn, of in de kleigebieden. Maar ga eens naar het strand langs de zeereep en kijk tussen de helm. Eén van de juweeltjes die je er nu kan vinden – je moet er wel heel geduldig en goed voor zoeken – is het minuscule zandtulpje. Dit is een kleine, bruine bekerzwam op een kort steeltje. Het steeltje is zo kort, dat je het niet vaak ziet. Hij ‘doet het’ op de rottende wortels van helm en ruimt deze zo op. De sporen worden uit de beker geschoten of spatten eruit omdat er een regendruppel in valt. Je kan ze vinden langs de hele kust in de buitenduinen.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl; Mike Hirschler, IVN
Foto’s: Marijke Verhagen, Saxifraga; Willy Jansen