Natuurjournaal 21 januari

Leer de mussen om het huis beter kennen

Volgend weekend vindt de Nationale Tuinvogeltelling plaats. Vorig jaar was de huismus de vogel die het meest in Nederlandse tuinen werd gezien. Er zijn echter nog meer mussen die je ook goed in de tuin kunt aantreffen. Daarom bespreken we in dit natuurjournaal hoe je de verschillende soorten mussen kunt herkennen.

Allereerst is er de bekende huismus. Deze vogel komt overal in het land voor en is in de bebouwde kom eigenlijk niet te missen. Als er huismussen bij je slaapkamerraam broeden, doe je er goed aan om oordoppen te kopen, want ze beginnen al vroeg in de ochtend lawaai te maken. Verder kun je ze de hele dag gezellig samen op de schutting zien zitten of ze uit de heg horen kwetteren. Man en vrouw huismus zien er verschillend uit: het mannetje heeft een uitgesproken tekening en een grijs petje. Je kunt zien of een mannetje dominant is door naar zijn borst te kijken: dominante mannetjes hebben een zwartere borst dan minder dominante mannetjes. Het vrouwtje heeft geen petje en is wat valer grijsbruin gekleurd.

Ringmus (links) (Bron: Piet Munsterman) en heggenmus (rechts) (Bron: Theo Verstrael)

De ringmus is naaste familie van de huismus. Dat zie je ook terug in hun verschijning: man en vrouw ringmus lijken behoorlijk op de mannelijke huismus. Om het verschil te zien, moet je naar de kop kijken. Ringmussen hebben een roodbruine kop, huismussen niet. Daarnaast heeft een ringmus een donkere vlek op een verder grijze wang. Zijn naam dankt hij dan ook aan het grijs van de wang, die in een ring om die vlek heen ligt. Ringmussen zijn wat minder algemeen dan huismussen en komen vooral voor op het platteland.

Een andere vogel die je best in de tuin kan vinden is de heggenmus. Deze mus is geen directe familie van de huismus en de ringmus, maar lijkt er qua uiterlijk wel op. Je kunt hem goed herkennen aan de kop, die duidelijk grijzer is dan die van huismus en ringmus. Ook heeft hij een spitsere snavel, omdat hij meer insecten dan zaden eet. De heggenmus kun je het best vinden door de bodem van de tuin in de gaten te houden. Deze vogel scharrelt namelijk het liefst op de grond rond en vliegt niet zo vaak.

Tekst: Marjolein Mooij, NatureToday.nl
Foto’s: Rudmer Zwerver, Saxifraga; Piet Munsterman, Saxifraga; Theo Verstrael, Saxifraga