Natuurjournaal 20 oktober

Brandganzen zijn onderweg en zeeklit op het strand

De kleine brandgans is makkelijk te herkennen aan de zwart-wit-grijze tekening en het witte gezicht. Brandganzen zijn slimme trekvogels, die hun trekgedrag weten aan te passen aan veranderende omstandigheden. Sinds de jaren tachtig hebben ze Nederland ontdekt als grasrijk wintergebied, en inmiddels overwintert zo’n tachtig procent van de trekvogels hier. De eerste brandganzen komen nu aan, maar de meeste zijn nog onderweg in Zweden en Finland. Die zullen in november en begin december in Nederland aankomen. Door de opwarming van het klimaat – die in het arctische gebied twee keer zo snel gaat – moet de brandgans zich snel aanpassen. In het voorjaar blijven ze steeds langer hier, om dan supersnel naar de broedgebieden rond Nova Zembla te vliegen. En inmiddels zijn er steeds meer brandganzen die helemaal niet meer weggaan, maar hier blijven broeden.

Skelet zeeklit
Aangespoeld skelet van de zeeklit (Bron: Ecomare)

Een herfstwandeling op het strand kan mooie vondsten opleveren. Op dit moment zijn er ook de skeletten van de zeeklit te vinden. Dat is een zee-egel, die er meer harig dan stekelig uitziet. Lange stekels zouden ook maar in de weg zitten, want ze leven ingegraven in de zandige zeebodem. Als het skelet aanspoelt, zijn de stekels er al afgevallen. De voorkant is ingedeukt wat het skelet een hartvorm geeft. Daarom worden ze ook wel hartegels genoemd. De broze skeletten blijven op het strand niet lang intact. Maar de zeeklit zelf is niet zo fragiel: de dieren worden makkelijk tien jaar oud.

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Jan van der Straaten, Saxifraga; Ecomare, Wikimedia Commons