Natuurjournaal 22 juni

Jonge steenuilen worden geringd, zandhagedis legt eieren

De steenuil is onze kleinste uil. Niet veel groter dan een flinke spreeuw, hoewel je dat niet altijd zou zeggen als je zo’n bolletje in een boom ziet zitten. Dan lijkt hij wat groter. Oude knotwilgen en oude hoogstamfruitbomen met gaten zijn een geliefde nestplek, maar steenuilen worden ook veel geholpen met speciale nestkasten. Ze moeten het van rommel op erven hebben, waar ze kunnen jagen op insecten, wormen en muizen. Vanwege onze opruimzucht van de laatste decennia gaat het niet goed met de steenuil, maar er zijn in de kleinschalige, meest agrarische, cultuurlandschappen nog wel een aantal goede plekken voor deze dieren. Als je in het bezit bent van een uilenkast is het leuk om te kijken bij het ringen. Op beleefdelente.nl kan je een steenuilenpaartje volgen.

Eieren van de zandhagedis (Bron: Edo van Uchelen)

Het is de laatste dagen lekker warm. Dat is ideaal voor de zandhagedis, die nu eieren legt. Het vrouwtje graaft kuilen van zo’n vijf tot tien centimeter diep in het zand. Daarin legt ze haar eieren. Het kunnen er wel twaalf per nest zijn, maar meestal zijn het er rond de zes. De zon warmt de eieren op, de zandhagedis gaat zelf niet broeden op haar eieren. Vooral in de duinen en op de Veluwe zijn nu vrouwtjes druk aan het graven en leggen; hier komen de meeste zandhagedissen voor.

Tekst: Mike Hirschler, IVN & Marjolein Mooij, NatureToday.nl
Foto’s: Mark Zekhuis, Saxifraga; Edo van Uchelen, Saxifraga