Fazant

Natuurjournaal 28 september

Kleine fazanten worden groot en kronkelige miljoenpoten

Fazanten zijn prachtige dieren, de vrouwtjes en vooral ook de mannetjes. Van die laatste, zeker als ze tot volle wasdom gekomen zijn, knallen de kleuren ervanaf. In zonlicht komt er een gouden waas over een deel van het verenkleed. Niet te versmaden. De fazant is van oorsprong een buitenlander, maar al zo lang in Nederland dat je hem wel als inheems mag gaan beschouwen. De Romeinen brachten de vogels naar Europa. Een fazantenvrouwtje kan tot ver in juni jongen krijgen, uit nesten met wel meer dan tien jongen. Na een maand of drie zijn de kuikens zelfstandig en na een jaar geslachtsrijp. Een mannetje zal dus pas halverwege de volgende lente helemaal op kleur zijn, en moet het voorlopig doen met dit morsige pak veren.

Miljoenpoot: witpootkronkel
De witpootkronkel (Bron: Ab Baas)

Na de roofzuchtige duizendpoten van gisteren, kijken we tijdens de Bodemdierendagen vandaag naar de miljoenpoten. Aan hun uiterlijk zie je al gelijk dat ze een andere levenswijze hebben. Ze hebben een rond lichaam, een stevig pantser en korte poten. Ze zijn dus niet snel, maar hun eten rent dan ook niet weg. Dat bestaat uit dode planten, algen en schimmels. Bij gevaar rollen miljoenpoten zich op en scheiden bovendien een irriterende stof uit. Aan dat gekronkel danken sommige hun Nederlandse naam, bijvoorbeeld de witpootkronkel. Niet alle miljoenpoten hebben een rond lijf.  De grote platrug lijkt wat meer op een duizendpoot, maar mist de grote kaken. Het penseeltje ziet er wel heel bijzonder uit. Die woont trouwens niet op de bodem, maar onder boomschors.

Tekst: Mike Hirschler, IVN; Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Mike Hirschler, IVN; Ab H. Baas, Saxifraga