Natuurjournaal 3 juni

Muisgrijze kniptor nu te vinden en veenpluis bloeit

Kniptorren zijn hele grappige diertjes. In nood, als ze bijvoorbeeld op hun rug komen te liggen, ‘knippen’ ze zichzelf overeind of springen ze weg. In de verbinding tussen de romp en het achterlijf zit een mechaniekje waarmee ze dat kunnen doen. Je hoort ook daadwerkelijk ‘knip’. Je schrikt ervan, dat is ook de bedoeling richting de vijand, en weg zijn ze. In bloemen kan je nu onder andere de muisgrijze kniptor vinden – een van de grotere exemplaren – op zoek naar nectar en stuifmeel.

Veenpluis (Bron: Mike Hirschler)

Als je in de buurt bent van een ven, een ondiep meer in of bij een heidegebied of in een bos, dan kan je nu het veenpluis of wolletjesgras zien bloeien. Het is vooral op de Pleistocene zandgronden te vinden. De bloempjes zijn zeer klein, maar wat je wel goed ziet is een pluim van witte haren. Daar binnenin zit de vrucht, een klein driehoekig nootje. Het pluis werd vroeger wel verwerkt tot vulling in kussens of bijgemengd bij wol.

Tekst en foto’s: Mike Hirschler, IVN