Kettingschallebijter, loopkever

Natuurjournaal 4 oktober

Koperwiek in de nacht en zoek de loopkevers

Op de een-na-laatste dag van de Bodemdierendagen nemen we de loopkevers onder de loep. De naam zegt het al: ze houden van lopen. Sommige soorten kunnen wel vliegen, maar andere hebben geen echte vleugels. Op de grond jagen ze op andere insecten en wormen en slakken. Af en toe een hapje fruit lusten ze echter ook wel. De larven van loopkevers zijn echte vleeseters, die bijvoorbeeld in slakkenhuizen kruipen om de slak te verorberen. De larven kunnen ook al snel lopen en flink van zich afbijten. Ze zijn meestal zwart of donker gekleurd, en hebben een stevig pantser. De verschillende soorten volwassen loopkevers hebben allemaal dezelfde bouw: lange poten, grote kaken en een ovaal achterlijf. Veel soorten zijn zwart of bruin, maar sommige hebben opvallende kleuren zoals de goudglanzende schallebijter of de paarse loopkever.

Koperwiek in een meidoorn (Bron: Bart Vastenhouw)

De koperwieken zijn weer in het land! De koperwiek is een noordelijke lijster, die in Scandinavië broedt en hier langskomt op de najaarstrek. Een deel blijft ook in Nederland overwinteren. Ze kunnen in grote groepen rondhangen of in kleine plukjes, in de bosjes of op de grond. Ze doen zich overdag te goed aan bessen van meidoorn, lijsterbes en duindoorn. Koperwieken trekken vooral in het donker. Doe het raam open, en op een rustige nacht hoor je ze misschien overvliegen. Het ijle piepje van de koperwiek is het geluid van de oktobernacht.

Luister hier naar het vluchtroepje van de koperwiek (Bron: Joost van Bruggen)

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Aleksandrs Balodis, Wikimedia Commons (leadfoto: kettingschallebijter);  Bart Vastenhouw, Saxifraga
Geluid: Joost van Bruggen, Xeno-Canto