Natuurjournaal 5 juni

Fraaie schijnboktor en ingepakte rupsen te zien

Boktorren zijn over het algemeen langwerpige kevers waarvan de antennes langer zijn dan het lichaam. Een groep die zich gedraagt als, en er vaak bijna net zo uitziet, is de familie van de schijnboktorren. De fraaie schijnbok of fraaie schijnboktor heeft een mooie groene metaalglans. De vrouwtjes hebben dunne poten, maar de mannetjes hebben sterk opgezwollen dijen, een soort ‘spierballen’ waar Popeye (wie kent hem nog?) jaloers op zou zijn. Dit kenmerk is typisch voor verschillende soorten schijnboktorren. In dit jaargetijde kan je deze fraaie boktorsoort vinden in bloemen. Hier zijn ze op zoek naar nectar en stuifmeel en dus onderdeel van de bestuiving van planten door insecten. Een nuttig en mooi beestje!

Stippelmot (Bron: Mike Hirschler)

De rupsen van diverse soorten spinselmotten of stippelmotten zijn weer volop bezig om bomen in te pakken. Veel bomen hebben hun eigen stippelmot, dat heet een waardplant. Enkele voorbeelden zijn kardinaalsmuts, meidoorn, eik, vogelkers, appel en wilg. Het spinsel dat ze maken dient als bescherming tegen vijanden. In hun drift zich te beschermen pakken ze soms ook nog een tegen de boom geplaatste fiets in, of een nabijgelegen brievenbus. Kan gebeuren. Tegen half juni zijn de rupsen uitgegeten en gaan ze zich verpoppen. Men zegt dat als de rust is weergekeerd voor 24 juni, Sint Jansdag, dat de struik of boom dan volledig kan herstellen, ook al is deze helemaal kaalgevreten. De tijd zal het leren.

Tekst en foto’s; Mike Hirschler, IVN