Natuurjournaal 5 september

Ransuilen en heide-uilen

De ransuil is één van de weinige uilen die samenleven met soortgenoten. Na het broedseizoen zoekt de ransuil zijn soortgenoten op, dit is ongeveer rond deze tijd van het jaar. In groepjes van zes tot acht uilen zoeken ze nu loofbomen op die hun blad nog niet verloren hebben. Daarna verplaatsen ze zich naar naaldbomen, waar ze hun definitieve rustplaats vinden. Dit rusten in bomen noemen we ‘roesten’. In zo’n definitieve roestplaats kunnen soms wel dertig ransuilen zitten, een indrukwekkend gezicht!

Ransuil in naaldboom (Bron: Joerg Mager, Saxifraga)

De late heide-uil doet zijn naam eer aan, want hij vliegt relatief laat in het jaar. Het is een nachtvlinder met een korte vliegpiek, die rond deze tijd van het jaar plaatsvindt. Struikhei en dophei zijn de waardplanten van deze soort. De late heide-uil is zeldzaam in Nederland, maar komt op de Veluwe lokaal voor. Na de vliegpiek zal de soort als ei overwinteren.

De late heide-uil (Bron: Ferran Turmo Gort, Flickr)