Natuurjournaal 7 februari

Oehoe doet het goed en mollenmannen op zoek naar partners

De oehoe is een indrukwekkende verschijning. Vogelliefhebbers weten al jaren dé kalksteengroeve in Zuid-Limburg te vinden waar oehoes zich ophouden. En toen er afgelopen winter een oehoe te zien was in een park in Wageningen, kwamen er direct tientallen geïnteresseerden op af. Maar tegenwoordig is de oehoe niet meer zo zeldzaam als voorheen. In 2011 waren er in Nederland nog maar negen broedparen, maar vorig jaar werden er 54 geteld! Samen brachten deze paren minimaal 82 jongen ter wereld. Ook is de soort tegenwoordig in half Nederland te vinden: vroeger kwam de oehoe voornamelijk voor in Limburg, maar vorig jaar waren er al broedparen in Drenthe.

Mol (Bron: Rudmer Zwerver)

Je hoort iedereen er momenteel over “wat zijn er in deze tijd van het jaar veel molshopen!”. Je ziet ze niet, die beestjes, maar hun gegraaf des te meer. Waarschijnlijk zijn de mollenmannen wat van slag door de hoge temperaturen (die normaliter wat later in het voorjaar zijn) en zijn ze nu al driftig op zoek naar de vrouwtjes, en dat is te zien. Mollen graven hun gangen ook om voedsel te zoeken en nesten te maken. Dat voedsel bestaat vooral uit regenwormen, engerlingen en andere grotere larven van insecten. De mol hoort het als een regenworm in zijn gang valt. De worm kan razendsnel graven en de mol kan hard rennen. Als hij op tijd is, kan hij de prooi vangen. Het bestrijden van mollen is problematisch en vangen levert binnen de kortste keren weer nieuwe mollen op die een plekje zoeken. Het lijkt het beste om planten als nieskruid en bijvoorbeeld keizerskroon te planten. Die ruiken sterk en zouden  mollen afschrikken. Als je tuin een berglandschap wordt, is dat wellicht het proberen waard.

Tekst: Marjolein Mooij, NatureToday.nl & Mike Hirschler, IVN
Foto’s: Mark Zekhuis, Saxifraga; Rudmer Zwerver, Saxifraga