Natuurjournaal 7 februari

Jonge vliertakken en oude aardappelbovisten

Zoveel bomen en struiken, zoveel verschillende knopkleuren zijn er. Meerdere kleuren groen, grijs, bruin, rood tot zelfs de mooie bordeauxrode kleur op de foto. Deze zijn van de vlier. Het is een bekende boom, maar hem herkennen in de winter is wel eens lastig. Deze uitlopers maken het wat makkelijker. Als je uit een dik stuk tak het merg haalt, kan je er fluitjes van maken en word je een ‘flierefluiter’. Straks zijn de mooie witte bloemschermen er weer, en daarna de paarse bessen. Beide zijn te eten, maar daarvoor moet je nog wel even wachten.

Aardappelbovist met bruine pap (Bron: Mike Hirschler)

De gele aardappelbovist kennen we allemaal wel: een op een aardappel lijkende onregelmatige bol, vaak vuistgroot. De sporen zitten in deze zwam. Als die eenmaal rijp is, barst de bol aan de bovenkant open. Als er dan een tak op valt, of je trapt ertegenaan, komt er een grote wolk sporen vrij. De opening zit aan de bovenkant en dat is niet gunstig als het gaat regenen. Als de sporen eenmaal nat zijn, ontstaat er namelijk een bruine pap in het overgebleven kommetje. Het wordt zo een vieze bedoening. Gele aardappelbovisten hebben een dikke huid en blijven daardoor lang bewaard. Je kan deze ‘soepkommetjes’ nu nog steeds vinden.

Tekst en foto’s: Mike Hirschler, IVN