Natuurjournaal 9 november

Winterslaapwoensdag: onrustige slapers en groevebewoners

De gewone dwergvleermuis – bekend als behendige fladderaar in tuinen en straten – maakt geen haast met de winterslaap. Deze vleermuizen gebruiken gebouwen als slaapplek overdag, en ook als verblijf voor de winterslaap. Onder dakpannen, in spouwmuren, achter een daklijst of gewoon een kleine spleet in een muur: de gewone dwergvleermuis is niet veeleisend. Dit is iets om rekening mee te houden als je aan het isoleren slaat. Gewone dwergvleermuizen beginnen vrij laat aan de winterslaap, in november of december. En het zijn onrustige slapers. Als het weer mild is, zijn ze vaak wakker en gaan dan ook ’s nachts op jacht. Bij vorst zoeken ze vaak een warmere plek op om te slapen, verwarmde huizen zijn dan favoriet. Ook in andere opzichten is de gewone dwergvleermuis een huismuis: ze gaan altijd dichtbij hun slaapplek op jacht, en zoeken ook een winterverblijf in de buurt.

Ingekorven vleermuis
Ingekorven vleermuis in een groeve (Bron: B. Schoenmakers)

De gewone dwergvleermuis is algemeen in het hele land, maar de ingekorven vleermuis komt vrijwel alleen in Limburg voor. Zij zijn al wel begonnen aan de winterslaap. Dat doen ze op koele plekken, en in Nederland is dat vooral in de mergelgroeves. Van deze zeldzame vleermuis zijn er niet veel, in de groeves overwinteren enkele honderden exemplaren. Een deel daarvan is ’s zomers waarschijnlijk in de Belgische Voerstreek te vinden. In groeves overwinteren meerdere soorten vleermuizen. Hangend aan het plafond of weggekropen in een spleet. Omdat de temperatuur gedurende de winter stabiel blijft, kunnen ze er ongestoord slapen.  

Tekst: Nienke Lameris, NatureToday.nl
Foto’s: Jeroen Willemsen, Saxifraga; B. Schoenmakers, Wikimedia Commons