Over teken

De schapenteek

Schapenteken zien er uit als platte spinnetjes. Ze komen in het hele land voor in bossen, duinen, heidegebieden, beschutte weilanden, parken en tuinen. Teken leven vooral in struiken en grassen tot ongeveer anderhalve meter boven de grond. Van daaruit stappen ze over, bij voorkeur op passerende dieren, maar ook op mensen. Teken leven van bloed. Teken voeden zich met het bloed van zoogdieren, vogels en reptielen, de zogenaamde gastheren. Bij mensen hebben ze een voorkeur voor een warme en vochtige plaats op het lichaam (bijvoorbeeld de liezen of knieholtes en – vooral bij kinderen – het hoofd en achter de oren). Ze bijten zich vast in de huid om bloed te zuigen. Teken zijn er het hele jaar, maar de meeste mensen worden gebeten in de periode van maart tot en met oktober. In de maanden juni en juli wordt ongeveer de helft van het aantal tekenbeten opgelopen.

Er zijn vier levensstadia van teken: eitjes, larven, nimfen en volwassen teken (zie foto). Een teek is erg klein, slechts 1 tot 3 millimeter, en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Door het bloedzuigen zwellen teken na een paar dagen op tot een bruin of grijs bolletje.

Van links naar rechts de larve, nimf, mannetje en het vrouwtje van de schapenteek (foto: Fedor Gassner)

Het ei-stadium is passief en voedt zich niet. Elk volgend stadium voedt zich slechts eenmalig, en ondergaat daarna een rustperiode waarin het volgende stadium ontstaat. De volwassen mannetjes en vrouwtjes paren. De paring vindt meestal plaats op de gastheer. Na de paring zuigt het vrouwtje zich vol met bloed en zwelt haar lichaam zichtbaar op. Als ze volgezogen is laat ze zich op de grond vallen. Het vrouwtje heeft het bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes. Als de eieren rijp zijn, legt het vrouwtje deze op de bodem, waarna zij sterft. Ze legt 1000 tot 2000 eieren. De eieren worden in de herfst gelegd. Mannetjes kunnen meerdere keren paren en hebben geen bloed nodig en zullen dus ook niet bijten.

In het volgende voorjaar komen de larven uit, die zich voeden op kleine knaagdieren (muizen) en vogels. Aan het einde van de zomer vervellen de larven tot nimfen, die in winterrust gaan. In het volgende jaar voeden de actieve nimfen zich op een grote variatie aan zoogdieren en vogels. Aan het einde van de zomer vervelt de nimf tot volwassen teek (mannetje of vrouwtje). De volwassen teken gaan in het volgend voorjaar op zoek naar een gastheer, meestal een grote grazer zoals ree, hert of wild zwijn, maar ook schapen, runderen en paarden kunnen als voedselbron dienen.

Hongerige teken klimmen omhoog langs de stengels van grassen, planten en struiken, totdat ze op een hoogte zitten waarbij ze gemakkelijk op een passerende gastheer kunnen overstappen. Larvale teken blijven veel lager zitten dan nimfen, die op hun beurt lager zitten dan volwassen teken. Als een gastheer (bijv. muis, vos, fazant, wild zwijn of ree) planten aanraakt, weet de teek dat een gastheer in de buurt is en zal ze proberen via huidcontact een overstap te maken. In tegenstelling tot wat veel mensen denken kunnen teken niet springen. Eenmaal op de gastheer, loopt de teek naar specifieke plaatsen op het lichaam van de gastheer toe. Bij larven zijn vooral de oren en neus geliefd, nimfen voeden zich ook vaak op het oor, maar worden ook wel bij de staart of in de hals gevonden. Volwassen teken kunnen zich overal op het lichaam bevinden, maar hechten zich vaak in de hals en onder de staart. Volwassen teken zitten bijna nooit op kleine knaagdieren, vermoedelijk vanwege een sterke afweerreactie op deze dieren of omdat ze niet voldoende bloed kunnen opnemen uit een relatief klein lichaam.

Teek die een grasspriet op klimt (Bron: Fedor Gassner)

De Hyalomma teek (“reuzenteek”)

In Europa komen Hyalomma-teken (in media ook wel “reuzenteek”, “monsterteek” of “horrorteek” genoemd) voor in het Middellandse Zeegebied en in Zuidoost Europa. Net als onze schapenteek heeft de Hyalomma-teek vier levensstadia: ei, larve, nimf en adult. Larven en nimfen hebben een bloedmaaltijd nodig om te kunnen vervellen naar een volgend levensstadium. Zij voeden vooral op kleine zoogdieren en vogels. Volwassen vrouwtjes teken voeden op hoefdieren, zoals runderen, schapen, herten, reeën en paarden, en soms op een mens. Volwassen mannetjes teken zijn ook op zoek naar hoefdieren, maar niet voor een bloedmaaltijd, maar om te paren met vrouwtjes teken. Na de paring en een bloedmaaltijd kunnen Hyalomma vrouwtjes tot wel 7000 eitjes leggen.

Komen Hyalomma-teken in Nederland voor?

Af en toe komen Hyalomma-larven en -nimfen met trekvogels uit Afrika en het Middellandse Zeegebied in Nederland terecht. Volgezogen Hyalomma-nimfen laten zich dan in het groen (de vegetatie) vallen. Onder klimatologisch gunstige omstandigheden kunnen zij dan vervellen tot volwassen teken. In Nederland is het meestal te koud en te nat voor deze teken en gaan ze dood. 2018 was een bijzonder jaar met een (zeer) lange warme en droge periode in heel Europa. In dat najaar waren er in Duitsland 35 meldingen van volwassen Hyalomma-teken op paarden en een schaap. In 2019 zijn er in Nederland tien volwassen Hyalomma-teken gevonden. 

Hoe herken je een Hyalomma-teek?

Het meest typische kenmerk van Hyalomma-teken zijn de gestreepte pootjes. Daarnaast zijn ze een stuk groter (2-3x) dan de Nederlandse schapenteek. Hyalomma-teken hebben geen gevlekt scutum (schild).

De bovenste twee foto’s zijn Hyalomma teken (“reuzenteken”, links een vrouwtje, rechts een mannetje). Daaronder drie afbeeldingen van de veel kleinere gewone schapenteek die de ziekte van Lyme kan overbrengen