Adderwortel

Adderwortel staat op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige tot drassige, matig zure, voedsel- en humusrijke, kalkarme zand-, leem- of lichte klei en verdraagt geen bekalking, ontwatering en beweiding. De overblijvende plant, die zich vooral vegetatief vermeerdert, groeit in natte graslanden, langs sloten en in lichtrijke bossen, wordt ook gekweekt als tuin- en stinzenplant en verwildert vaak. Het areaal omvat Europa, Noord- en Oost-Azië en Alaska en elders is de plant soms ingeburgerd. In Nederland is de kwel indicerende soort vrij zeldzaam in Noord-Brabant en in het zuidoosten, zeldzaam in Gelderland, Overijssel en in het noordoosten en is elders zeer zeldzaam. Adderwortel met haar slangvormige wortelstok en alleenstaande bloeistengel met dichte, roze bloeiwijze en haar karakteristiek gevormde bladeren is met geen enkele inheemse Persicaria-soort te verwarren. De bladeren kunnen als spinazie of in soepen gegeten worden en werden ook gebruikt in leerlooierrijen. Vroeger werd ze medisch aangewend tegen scheurbuik en als wond- en bloedstelpend middel gebezigd.