Akkerandoorn

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De schijnkransen met twee tot zes bloemen, zijn tot cilindervormige bloeiwijzen verenigd (bebladerde aren). De kleine bloemen hebben een bleekroze kroon. De bloemkroon is 6-8 mm lang, nauwelijks langer dan de vijfslippige kelk. De middelste slip van de onderlip is veel groter dan de zijdelingse. De kelk en schutblaadjes zijn kort behaard. Bladeren: De onderste bladen zijn gesteeld, eirond tot rondachtig, met een zwak hartvormige voet en de bovenste bladen zijn meer langwerpig en kort gesteeld tot zittend. De bladen zijn 1-3 cm lang. Ze zijn stomp getand en zijn hoogstens anderhalf maal zo lang als breed. Bovenaan zijn ze lang behaard en alle bladen hebben een afgeronde top.

Groeiplaats
Zonnige, open plaatsen (pionier) op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkarme, neutrale tot zwak zure, humeuze grond (zand, leem, löss, dalgrond en zandige rivierklei).

Voorkomen
Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het rivierengebied en in het midden en oosten van het land en zeldzaam in West-Nederland. Elders zeer zeldzaam.