Akkerdravik

Akkerdravik staat op open, zonnige tot iets beschaduwde, basenrijke, droge tot vochthoudende, stikstofarme tot matig stikstofrijke, goed doorlatende en matig voedselrijke, losse, humeuze, kalkhoudende tot kalkrijke, grindige zand-, leem- en kleigrond. Ze groeit in weilanden op schrale en droge grond, in bosranden, in bermen en op dijk-, spoorweg- en wegtaluds, in wijngaarden en graanakkers, op braakliggende en stortterreinen en op andere ruderale plaatsen. De plant stamt uit Zuidwest-Azië en Zuid-Europa en is elders in en buiten Europa adventief met gras- of klaverzaad ingevoerd en plaatselijk opgeslagen. De soort is op enkele plaatsen ingeburgerd in Zuid-Limburg en bij Nijmegen en is elders niet bestendig. Ze is goed van de andere Dravik-achtigen te onderscheiden door de afgeronde, 3-5-nervige lemma’s en aan de kenmerken van de helmknoppen, die 2,5-5 mm lang en 6-8 x zo lang als breed zijn en daarbij ook minstens half zo lang als de lemma’s.