Alpenrus

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze kan uit enkele tientallen tot enige honderden hoofdjes bestaan en vrij compact tot tamelijk ijl zijn. Meestal is zij meer hoog dan breed en steeds staan de zijtakken rechtop of onder een scherpe hoek schuin omhoog. De onderste pluimtak kan sterk verlengd zijn, zodat de bloeiwijze tweekoppig lijkt. Het onderste schutblad is meestal korter dan de bloeiwijze. De bloemdekbladen zijn donker rossig-bruin tot bruinzwart, onderling ongeveer even lang, met een stompe top; de buitenste drie vertonen een zeer klein stekelpuntje, dat vlak onder de top uittreedt. De helmknoppen zijn 0,4-0,6 (soms tot 0,8) mm lang, duidelijk korter dan de helmdraden. Bladeren: De bladschijf is gekamerd door van buiten af zichtbare tussenschotten.

Groeiplaats
Zonnige, vrij open plaatsen (pioniervegetatie) op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende grond (zandige klei en leem).

Voorkomen
Zeer zeldzaam in Twente, bij Nijmegen, in het rivierengebied en in Zuid-Limburg.