Berglook

Berglook prefereert zonnige tot licht beschaduwde, droge, kalkhoudende, uitgesproken stikstof- en matig voedselrijke, grazige grond. Ze groeit in kalkgraslanden, weiden en hooilanden, in boszomen, bermen en in de binnenduinrand. De plant heeft een verbrokkeld Europees areaal en is sinds de 19e eeuw in Nederland ingeburgerd. Ze is zeer zeldzaam in de binnenduinrand bij Scheveningen en Leiden en is elders uiterst zeldzaam. De soort lijkt sterk op Moeslook door de bloeischede die bij beide soorten een lange punt draagt en veel langer is dan de bloeiwijze. Ze zijn van elkaar te onderscheiden door het feit dat Berglook iets bredere en vlakke bladeren bezit, de broedbolletjes meestal veel bleker gekleurd zijn en het bloemdek meer paarskleurig is dan bij Moeslook. Verder steken de meeldraden bij Berglook ver buiten het bloemdek en zijn ze bij Moeslook ongeveer even lang als het bloemdek. Zie ook Moeslook!