Blauw guichelheil

Blauw guichelheil staat op open, zonnige, matig droge tot vochtige, kalkrijke, matig stikstofrijke, basenrijke, matig voedselrijke zand- leem- en mergelbodems. Ze groeit in graanakkers, op stoppelvelden, zelden in akkers met hakvruchten, op braakliggend terrein, in moestuinen, op omgewerkte grond en ruderale plaatsen bij korenmolens, graanpakhuizen en meelfabrieken. Het is een kensoort van het Caucalidion-Verbond. De oorspronkelijk zuidelijke soort komt zeer zeldzaam voor in Zuid-Limburg en is ook op enkele andere plaatsen aangetroffen. De zaden worden met de wind of samen met zaaigoed verspreid en behouden hun kiemkracht tot meer dan 60 jaar. De soort is giftig, met name vogels zijn er gevoelig voor en worden nog wel eens het slachtoffer door verwisseling met de eetbare Vogelmuur. Guichelheil genoot vroeger faam als remedie tegen melancholie en hondsdolheid. Mogelijke verwarring met blauw bloeiende vormen van de andere ondersoort (Rood guichelheil) valt te vermijden door het aantal en de details van de klierachtig gewimperde kroonslippen te bekijken.