Bonte gele dovenetel

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De gele, 1½-2½ cm grote bloemen vormen samen schijnkransen. De onderlip heeft rode vlekken. De kroonbuis is iets gekromd met van binnen een schuine haarring. Bladeren: De bladeren zijn wintergroen. De onderste bladeren zijn lang gesteeld en rondachtig tot langwerpig. Ze hebben een afgeknotte of iets hartvormige voet, zijn stomp en dubbel gekarteld. De bovenste bladeren hebben geen steel of een kortere steel. Ze zijn eirond tot langwerpig, spits en met een gekarteld-gezaagde rand. Bladen met vele, vrij grote witte of zilverige en vaak onderling aansluitende vlekken.

Groeiplaats
Half beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, vaak wat zuurdere grond.

Voorkomen
Bonte gele dovenetel wordt gekweekt in tuinen en is op veel plaatsen ingeburgerd. Vrij algemeen, vooral in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg en in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974.