Bonte krokus

Herkenning
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande, bekervormige, 3-5½ cm grote bloemen zijn wit, paars, of wit met paarse strepen of vlekken. De bloem heeft rechtopstaande slippen en een stompe of afgeronde top. Het bloemdekblad is aan de voet tot een lange buis vergroeid. De helmdraden zijn kaal. De helmknoppen zijn geel. De stijl heeft drie oranjerode stempeltakken en is langer dan de meeldraden. Aan de voet zitten witachtige bloemscheden. Bladeren: Twee tot vier grondstandige bladen. Deze zijn lijnvormig, 4-9 cm en met een witte middenstreep. Tijdens de bloei zijn ze nog maar half ontwikkeld.

Groeiplaats
Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.

Voorkomen
Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen ingeburgerd als stinsenplant op verspreide plaatsen. Het meest in Fryslân, bij de Utrechtse Vecht en in de duinstreek.