Bosgeelster

Bosgeelster is een bolgewas met een voorkeur voor beschaduwde, voedselrijke, matig vochthoudende, ’s zomers uitdrogende zandgrond. Bosgeelster plant zich voort door middel van bollen en, als enige van onze inheemse Geelsterren, tevens via zaad. In Nederland is Bosgeelster zeldzaam en vrijwel beperkt tot het noordoosten en oosten van het land. De kern van de Nederlandse verspreiding ligt op de Hondsrug waar ze vooral voorkomt op grazige plaatsen onder bomen in de oudste delen van de bebouwde kom. Een opmerkelijk verschil met de standplaatsen in het zuidoosten van Nederland waar deze soort hoofdzakelijk in en langs beekdalbossen groeit. Door de vlakke matte grijsgroene, tot één cm brede, grondbladeren is Bosgeelster in bloei goed te onderscheiden van alle andere Geelsterren. Niet bloeiende, jonge planten hebben echter draadvormige grondbladeren die kunnen worden verwisseld met grondbladeren van andere geelsterren en, vooral in de bebouwde kom, tevens met zaailingen van Blauwe druifjes en Vogelmelk.