Boslathyrus

Boslathyrus staat op zonnige tot half beschaduwde, droge tot vochtige, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofarme, basen- en kalkrijke, löss- en mergelgrond en op stenige plaatsen. De overblijvende en thermofiele plant groeit (vaak als pionier) in bossen en bosranden, op bospaden en kapvlakten, in de zeeduinen en op hellingen, in heggen, struwelen en ruigten. Verder ook langs spoorwegen, holle wegen en in bermen, langs rivieren en kanalen, nabij bebouwing, op puin en stortterreinen en andere ruderale plaatsen. Nederland valt gedeeltelijk binnen het verbrokkelde stuk van het Europese deel van het areaal. De soort is zeldzaam in Zuid-Limburg en bij Nijmegen, is elders zeer zeldzaam en ontbreekt in Zeeland en de IJsselmeerpolders. De soort werd aangeplant tegen de erosie van zandige hellingen en is in delen van Nederland verwilderd. De honingrijke plant wordt bestoven door bijen, hommels en vlinders, de zaden worden door de plant zelf of door vogels en zoogdieren verspreid.