Bosroos

Bosroos staat op licht beschaduwde, vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, matig stikstofrijke, zwak basische tot kalkrijke, vrij zware bodems met een milde humus. Het betreft mergel, leem, zavel, löss, rivier- en beekklei. Deze klimplant groeit in open loof- en naaldbossen, vooral aan bosranden, in heggen, in struwelen en langs holle wegen. In Nederland wordt de noordgrens van het verspreidingsgebied bereikt. De soort is zeldzaam in Zuid-Limburg dat binnen het gesloten areaal valt en is zeer zeldzaam elders. De blauwgroene Bosroos is gekarakteriseerd door de gaafrandige steunblaadjes en de tot een zuiltje vergroeide stijlen, dat duidelijk boven de bloemen en bottels uitsteekt. Ook de groenblijvende, slappe en lange takken zijn kenmerkend. De enige roos in ons land die ook een dergelijk zuiltje heeft is de Veelbloemige roos, die wordt aangeplant en ingeburgerd is. Deze heeft echter steunblaadjes met franjeachtige aanhangsels. De Bosroos kan meer schaduw verdragen dan de meeste andere rozen maar komt dan niet tot bloei.