Buxus

Buxus staat op zonnige en warme, droge, losse en humeuze, zwak basische en meestal kalkrijke, stikstofarme tot matig stikstofrijke, matig voedselarme leembodems en op stenige plaatsen. De wintergroene plant groeit in allerlei bostypen, op hellingen, rotsen en zandduinen, in vochtige kloven en heggen, in struwelen en hakhout en wordt ook vaak als sierstruik gebruikt. Ze is inheems in Zuidwest-Azië, Noord-Afrika, Zuid- en Midden-Europa. Het areaal reikt noordelijk tot in België en het zuiden van Groot-Brittannië. In Nederland is de soort niet ingeburgerd maar verwildert wel vaak. Ze levert rijkelijk nectar en wordt bestoven door bijen en vlinders, de zaden hebben een klein mierenbroodje en worden dan ook door deze dieren verspreid. De twijgen worden als palmbladen gebruikt bij de viering van Pasen en het hout is hard en compact en er worden allerlei gebruiksvoorwerpen van gemaakt. Vroeger werd ze medisch aangewend tegen onder andere koliek, wisselkoortsen, pijn en wormen.