Dennenorchis

Dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchte zand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaag van verteerd (naalden)strooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid. Ze is gevoelig voor betreding (verstoring van de humuslaag). Ze groeit niet alleen in naaldbos en de vroege overgang van naald- naar loofbos maar ook in berkenbos of onder Kraaiheide, waarbij een goeddeels gesloten kroondek, mossen en een dunne humuslaag de vereiste luchtvochtigheid waarborgen. Nederland ligt aan de noordwestgrens van het Europese deel van het verspreidingsgebied. De soort is zeldzaam in het Waddendistrict, maar plaatselijk algemeen bij Schoorl en op Terschelling en elders zeer zeldzaam. Dennenorchis is als neofiet van naaldbossen pas in 1880 op de Veluwe gevonden. Kenmerkend voor het taxon zijn de wintergroene, vrij donkere en dwarsgenerfde bladeren in combinatie met de, in een spiraal geordende en naar één zijde gekeerde, witte tot gelige, zoet geurende bloemen.