Donkere ooievaarsbek

Donkere ooievaarsbek staat op zonnige tot licht beschaduwde, matig stikstofrijke en vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, matig zure tot zwak basische zand-, klei- en leembodems. De overblijvende plant groeit in loof- en parkbossen, in bossen bij buitenplaatsen en in hellingbossen, in bosranden en houtwallen, in heggen, struwelen en in oude boomgaarden. Verder staat ze ook in enigszins ruig grasland, in de binnenduinrand en aan waterkanten. Ze stamt oorspronkelijk uit de bergweiden in Zuid- en Midden-Europa, wordt als sierplant gebruikt en is plaatselijk ingeburgerd in West-Europa. De soort is zeldzaam in Nederland, is sinds de 18e eeuw als stinzenplant ingeburgerd, vooral in de buurt van de Utrechtse Vecht en aan de Hollandse binnenduinrand. Elders is ze zeer zeldzaam en dan voornamelijk in het rivierengebied. De iets teruggeslagen, zwartachtig paarse bloemen worden vaak als rouwsymbool gebruikt. De wortel wordt als bloedzuiverend middel aangewend en zou een positieve invloed op de bloedsomloop hebben.