Doorwas

Doorwas staat op open en zonnige, droge tot matig vochtige, warme en basenrijke, meestal kalkrijke en stikstofarme, zwak zure en ± voedselrijke, lichte angevoerd. 21. 21istreken alleen op uropese plant.e, uitgesproken stikstofarm, ehaard zijn van de bladeren pl bodems. De eenjarige en efemere plant groeit in akkers en bermen, op rivieroevers en braakliggende terreinen, op spoorwegemplacementen en haventerreinen, op begraafplaatsen en in het stedelijk gebied, op storthopen, puin en op andere ruderale plaatsen. De plant stamt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Europa en werd zowel vroeger als tegenwoordig uitsluitend adventief aangetroffen in ons land. De soort wordt door insecten bestoven en de zaden worden verspreid door de wind en water, als klit of als gevolg van menselijke activiteiten. Doorwas draagt net als Smalle doorwas geen omwindselbladen en is gekenmerkt door haar 4-12-stralige schermen, haar smallere bladeren (minder dan 2x zo lang als breed zoals bij Smalle doorwas) en kleinere, gladde (en niet fijnwrattige) vruchten. Ze werd vroeger medisch aangewend voor een betere wondgenezing en bij navelbreuken.