Engels lepelblad

Engels lepelblad staat op zonnige, vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, matig stikstofrijke tot stikstofrijke, zilte grond. De plant groeit op kwelders, vooral op zandige ruggen waar mest terecht is gekomen van wadvogels en tussen stenen van zeedijken, in zoutmoerassen en langs kreken, op slikkige en rolsteenstranden en in getijdenmondingen. Nederland ligt geheel binnen het Atlantische deel van het Europese areaal. Engels lepelblad staat graag tussen Zeealsem en is zeldzaam in het Waddengebied en het noorden van Noord-Holland. Het taxon is achteruit gegaan door de overal optredende verzoeting. De plant staat op ziltere standplaatsen dan Echt lepelblad en is daarvan te onderscheiden door vooral de lengte-breedteverhouding van het vruchttussenschot. Bij Engels lepelblad is lengte daarvan vele keren groter dan de breedte, bij Echt lepelblad is dat veel minder. De plant wordt bestoven door bijen en er bestaan overgangsvormen tussen de beide ondersoorten.